Ik ken zoveel prachtige krachtige mensen. Zonder uitzondering zijn het mensen waarvan je eerste indruk is dat het goed met ze gaat, ze werken, moederen, vaderen, studeren, sporten, doen vrijwilligerswerk en denken na over de wereld. Bijna allemaal zijn ze slim en sociaal en als ze bij elkaar zijn wordt er gepraat, gelachen, gehuild, gedanst en muziek gemaakt. Prachtige mannen en vrouwen die nog geven om het welzijn van mensen en dieren. Krachtige mensen. Als je ze tegenkomt, zomaar op straat, op je werk, is er niks mis met ze. Maar als je hen leert kennen zie je pas echt hoe mooi ze zijn. Ik kwam ze deze keer tegen op een lotgenotendag.

Ik ga er een paar aan jullie voorstellen.
Die medewerkster in de zorg, vrouw, jong nog, slank, heel slank zelfs. Ze kijkt onzeker om zich heen, het koffie drinken en de begroetingen lijken langs haar heen te gaan. Tijdens de lezing is haar onrust voelbaar, mensen kijken af en toe en proberen haar gerust te stellen. Als de man achter de microfoon begint te schreeuwen kruipt ze in elkaar, de ogen groot van schrik. Er komt iemand naast haar zitten, probeert te helpen. Maar nabijheid triggert, de onrust verdwijnt er niet door. Alles is confronterend vandaag. Gelukkig blijft ze, ze gaat het niet uit de weg. Tijdens de workshop gaat het even echt niet meer en verdwalen haar gedachtes. Als ze er weer bij is zit ze buiten en heeft een fijn gesprek met iemand die heel goed weet hoe het is en hoe het gaat. Aan het eind van de dag staat ze stralend en lachend tussen de lotgenoten. Ik hoop dat ze goede herinneringen aan vandaag mee naar huis kan nemen.

Een vrouw, moeder, ze komt niet voor het eerst. Ze weet nog hoe ze hier de eerste keer rondliep, bang, onzeker, gesteund van alle kanten hield ze het net vol. En toch is ze vanaf de eerste minuut heel bewust de confrontatie aangegaan. De confrontatie met weten dat iedereen hetzelfde heeft meegemaakt. Vandaag nog een stapje verder, pratend met mensen die ze inmiddels al even kent, maar ook met hen die ze alleen via de sociale media kent en zelfs met mensen die ze helemaal niet kent. Ze mag er zijn, zelfs van zichzelf. De workshop is moeilijk en na een tijdje is het genoeg en gaat ze naar buiten. Dikke tranen verdwijnen als ze in de schaduw van de grote bomen de warmte van deze middag voelt. De workshop is geslaagd, ze was er en heeft mee gedaan. Nu kan ze dat ook voelen, dat dat goed is zo.

Die traumatherapeute, vrouw, wat ouder al. Ze is “al verder in het proces”, ze helpt anderen en eigenlijk is het misbruik wel verwerkt. Maar aandacht krijgen en gezien worden door veel mensen tegelijk is nog steeds te veel. Als alle ogen op haar gericht zijn weet ze even niet meer verder, stottert, huilt. De opluchting als ze letterlijk steun krijgt van een jonge vrouw is voor iedereen duidelijk. De workshop is een herhaling hiervan, te veel aandacht, dat is te moeilijk. Zichtbaar zijn blijft lastig. Maar ook hier geslaagd, want ze heeft meegedaan.

Een studente, een heel jonge vrouw, die veilig zou moeten zijn maar zich niet veilig kan voelen omdat de dreiging weer dichterbij komt. Die dapper naar voren loopt om iemand te steunen en dan meteen maar haar eigen vraag de zaal in slingert. Die jonge vrouw, die de hele dag door zoveel steun en warmte heeft mogen ervaren, die voelt dat ze het niet alleen hoeft te doen. Ze is vol kracht, ze is vol energie en de steun doet haar goed.

En dan die stoere man, die anderen helpt om in veiligheid te komen, die daders afschrikt en slachtoffers helpt. Die man, die met de ogen vol tranen naar een jonge vrouw kijkt die zijn hulp misschien kan gebruiken. Tranen om haar pijn maar ook om haar moed. Ze praten en elk ondervindt steun aan de ander.

Een prachtige vrouw die haar eigen beperkingen opzij zet, haar hand reikt naar iemand die het moeilijk heeft. Vraagt of ze kan helpen, mag helpen.

De winkeleigenaar, partner, die telkens mee gaat op lange reizen, de winkel de winkel laat, zodat zijn vrouw kan voelen dat ze niet de enige is, dat haar gevoelens gedeeld worden, herkend worden. De partner die deelt en koestert.

Een vrouw, net een paar jaar moeder, werkt er ook nog bij. Haar leven lijkt zo normaal. Haar man weet er weinig van, ze heeft de woorden niet om het hem te vertellen. Ik weet dat ze verhalen schrijft om haar verleden een stem te geven. Ik lees die verhalen, ze zijn prachtig en tegelijk wringen ze in mijn hart.

En de vrouw die de moed heeft gevonden om de reis aan te gaan, in te stappen in die trein met onzeker traject, onzekere aankomst. Ze is nog nooit eerder geweest en weet niet goed wat ze moet doen, mag doen. Ze wordt welkom geheten en voelt zich even in een veilig thuis.

De man die niet meer zwijgt, die zijn mond open doet en vertelt en vertelt over wat hem gebeurd is. Die prachtige contacten aangaat met mensen die ook niet meer zwijgen.

Vrouwen en mannen die worstelen met angst en taboe, die toch de moed opbrengen om te komen, hun gezicht te tonen. Die eindelijk gaan zien dat we met heel veel zijn, veel te veel eigenlijk. We delen de pijn, met elkaar, slachtoffers en steunpilaren. We delen ook de vreugde met elkaar, we zien elkaar groeien, we helpen en zien elkaar zoals we zijn, met onze angsten en problemen, diagnoses en wanhoop. Maar we zien elkaar ook met de kracht, de veerkracht, de moed en het doorzettingsvermogen. We zwijgen niet meer, we praten, we zingen en soms schreeuwen we zelfs. Sommigen schrijven gedichten, anderen schrijven boeken. We willen laten weten dat we er zijn en dat we met meer zijn dan velen denken.

En als je nu een vrouw( of een man) ontmoet denk je misschien: “Die heeft het voor elkaar, die kan het wel, ze werkt, ze heeft een relatie, ze is sterk”, weet dan dat daaronder misschien een vrouw zit die seksueel misbruik heeft overleefd.

Vorig stukje
Volgend stukje