Ik heb al eens verteld over Draak, mijn prachtige grote, groene, agressieve beschermer. Hij beschermde me tegen mijn herinneringen die opgeslagen lagen in de grot, ergens links onder in mijn buik.
Draak liet me in het begin wel eens een herinnering oppikken, als ik hard mijn best deed. Later, toen hij merkte dat ik er wel mee om kon gaan (met hulp van Therapeut) mocht ik ook verder de grot inlopen om andere, donkerdere flarden herinnering op te halen.
Mijn lijf gaf vaak aan wanneer het tijd was, ik kreeg dan pijn en moest er wel wat mee. Het was alsof de herinnering lag te rotten en dat pijn veroorzaakte, dus dan ging ik maar weer naar de grot. Een keer kwam ik er en ik liep in de grot rond te kijken (het was er gelukkig niet meer zo donker als in het begin) maar ik zag geen herinnering, kon niks vinden. Dus ik wilde de grot weer uitlopen, met een hoopvol gevoel over dat het nu echt voorbij zou zijn met de herinneringen maar Draak hield me tegen. Ik moest terug de grot in en de rivier oversteken. Ik had nog nooit een rivier daar gezien maar goed, Draak’s wil was wet, dus ik terug. En ja, een rivier. En in een flits kwamen een aantal beelden bij me naar boven over grotten, rivieren, bootjes en bootsmannen die je moest betalen om aan de overkant te komen. Oeps dacht ik, dit is niet goed. De meeste mensen kennen de rivier de Styx, als de rivier die doden moesten oversteken om in de wereld der doden te komen, om rust te vinden. Dus echt genegen om in de boot te stappen was ik niet. Bovendien was de rivier zo onrustig als ik weet niet wat. Zelf denk ik dat het de rivier Acheron was, de rivier van de smarten. Ik weet nog dat de boot aan de overkant lag. Ik wenkte en de boot kwam en ik mocht erin. Halverwege begon de rivier nog heftiger te golven en kolken. Om kort te gaan, ik maakte van dichtbij kennis met de zielen in het water en moest zwemmen voor mijn leven. Maar goed, ik kan goed zwemmen, zelfs in visualisaties, dus ik kwam min of meer ongehavend aan de overkant. Daar klom ik de rivier uit en even later zag ik de uitgang van de grot. De zon scheen op een groen weiland, de lucht was strak-blauw en ik voelde me geweldig.
Het was één van de keren dat ik werkelijk voelde dat ik een mijlpaal had bereikt, ik liet de smarten en de donkerte achter me en liep het licht in, het Leven tegemoet.

 

 

Vorig stukje
Volgend stukje