Angst, tja angst…
Ik weet niet meer hoe vaak ik bang ben geweest. Toen ik gestoken werd door een wesp of bij reageerde ik daarop, werd misselijk, naar, viel bijna flauw. Nou zijn het nooit mijn favoriete stekebeestjes geweest maar vanaf toen werd ik er bang voor. De dokter verwees me door (na een aantal prikken en pillen) en in het ziekenhuis kwamen ze tot de conclusie dat ik een allergie had voor bijen en wespen. Ik kreeg een adrenalinespuit mee, een lading pillen en allerlei waarschuwingen. Ook ontdekten ze dat er meer zaken waren waarvoor ik allergisch was, allerlei middelen ter conservering, E-nummers, specerijen etc.
Het leven werd er niet makkelijker op, probeer maar eens in de supermarkt iets te vinden zonder toevoegingen!

 

Natuurlijk (want zo gaat dat nou eenmaal) was dat precies in de tijd dat ik het al moeilijk had met de verwerking en allerlei angsten die daardoor bovenkwamen. Ik woonde dan ook nog in een heel oud huis, waar op zolder (waar ik vlak onder sliep) vooral wespen hun nest maakten. En het waren er veel. De klamboe die ik had scheelde wel maar toch was de angst opeens een trouwe metgezel geworden. In het begin voelde ik alles en bij alles wat ik voelde stond ik letterlijk doodsangsten uit, nam mijn pillen en zat dan een uurtje te wachten of het goed ging. Het ging goed, telkens weer. En telkens weer vertelde ik mezelf dat het oke was, dat de pillen helpen en dat ik niet dood zou gaan. Buiten zitten vermeed ik, veel dingen kon ik niet meer eten, veel dingen at ik niet meer om zeker te zijn. Mijn therapeut probeerde me telkens te laten zien dat ik misschien wel over-reageerde. En hoewel ik wíst dat hij gelijk had, kon ik niet over de angst heen stappen. Ik heb echt nachtenlang wakker gezeten om zeker te zijn dat ik niet direct dood ging.

Nog niet zo lang geleden vroeg ik nieuwe allergietesten aan. Ik was de beperkingen beu. Ik mocht in Groningen alles laten testen. Het snelst werd duidelijk dat ik niet allergisch ben voor bijen of wespen. Daarna bleken ook kruiden, vruchten en specerijen geen probleem te hoeven zijn. Omdat ik ze lang niet gegeten heb moest ik ze voorzichtig invoeren, één voor één en volgens een bepaald programma. Het invoeren riep nog steeds wel angst op, want het kon zijn dat ik toch ging reageren.
Ik ben er nog niet helemaal, er zijn nog wat dingen die ik weer mag gaan eten. De spuit en pillen heb ik nog steeds, en dat moet ook. Maar het wordt steeds makkelijker. Wat veel heeft geholpen is het weten dat ik heb afgeleerd te dissociëren, ik doe dit op dezelfde manier. En ik weet dat het mogelijk is om ook van deze angst af te komen.

Achteraf snap ik dat mijn angst rondom de herinneringen en de verwerking, het leren voelen, maar ook de angst om hoe verder, wat er in de toekomst zou overblijven van mij, of ik zou kunnen werken, hoe het zou gaan met relaties, en al die andere dingen waar ik geen weg mee wist en die ik nog niet in de ogen kon zien, omgezet is in de angst voor die bijen en wespen en eten.

Van kleins af aan ben ik bang geweest te stikken. Dat komt door het misbruik. De angst voor de allergie ging ook over stikken. Pas veel later begreep ik de overeenkomst en dat het makkelijker was om in het hier en nu bang te zijn, dan de angst van vroeger te gaan voelen.
In het nu kon ik er (vond ik) wat aan doen, pillen nemen, naar de dokter, wakker blijven, goed opletten. De andere angsten, daar kon ik niks aan veranderen. En dat was erger.

Vorig stukje
Volgend stukje