Het was weer tijd om in de openbaarheid te treden, vond ik. Vorig jaar ben ik weinig op pad geweest, niet voor de Niki Stichting, maar ook niet voor mezelf. Het is weer tijd, besloot ik laatst. Dus me ingeschreven voor het symposium van CELEVT.
Gister was het dan zover. De heenweg was helemaal goed, geen files, prachtig weer, mooie stukken Nederland gezien (het Gooimeer is mooier dan ik dacht) en ik was lekker op tijd in de zaal. Ik ontmoette een aantal mensen die ik al ken, heerlijk even bijpraten, knuffelen en versteld staan van de duidelijke groei die mensen doormaken. O, wat ben ik toch altijd trots op mijn lotgenotes als ik ze door de jaren heen zie groeien, zie hoe ze hun kracht ontwikkelen, uit hun schulpjes kruipen en anderen gaan bijstaan in dit proces. Ja, dan ben ik heel trots op ze! Er waren spreeksters en ze vertelden goede dingen, ingewikkelde materie werd duidelijk uitgelegd en er was voldoende ruimte voor vragen. Er was zelfs aandacht voor de lichamelijke aspecten en voor sexualiteit. Nou, aangezien lichaamsgericht werken en volledig herstel (dus ook voor wat betreft seksualiteit) mijn stokpaardje is vond ik dat al heel wat. Meestal namelijk is er geen aandacht voor wat mishandeling, verwaarlozing en misbruik met onze lijven doet.
Deze keer dus wel. Eigenlijk had ik dus tevreden en blij kunnen zijn op de terugweg. En dat was niet zo. Ik was boos, teleurgesteld, mopperde en had behoorlijk de pest in.

Tijd dus om te kijken waarom. Wat zit me dan toch dwars? Nou, dat lichaamsgericht werk nog altijd een ondergeschoven kindje is. Dat het blijkbaar nog steeds not done is je client aan te raken. Dat helen van trauma nog steeds alleen psychisch dient te gebeuren, voornamelijk verbaal, terwijl toch echt allerlei studies bewijzen dat trauma’s in het lijf worden opgeslagen, de ontwikkeling van ons brein en dus van de hele mens beïnvloeden en zelfs het DNA veranderen. We weten het, het wordt de nieuwe generatie hulpverleners hopelijk aangeleerd maar de behandelmethodes worden maar amper veranderd. Bewegen is goed, zeker bepaalde bewegingen, trampoline springen, ballen overgooien, verzin het maar. Sommige dingen worden opgenomen in de behandelingen en tegelijk wordt overal PMT wegbezuinigd. Yoga is goed wordt geroepen, en mondjesmaat wordt het inderdaad geadviseerd.
Maar aanraking, de grondslag van de menselijke ontwikkeling, de voorwaarde voor groeiend leven, dat komt nog steeds bijna nergens terug. Bessel van der Kolk raadt onder andere craniosacraaltherapie aan. Wordt amper wat mee gedaan.

Tijdens het symposium hebben we even gepraat over de energetische en lichaamsgerichte therapieën en ik was blij met wat positieve reacties daarop. Jammer was dat iemand het nodig vond om alle alternatieve behandelingen in de hoek van te duur, niet effectief, oplichterij en nog misbruikers ook, neer te zetten. Nog erger vond ik dat het vanaf het podium beaamd werd, hoewel erbij werd gezegd dat ook reguliere therapeuten wel eens iemand misbruiken.
Ongenuanceerd en duidelijk vanuit eigen nare ervaringen richt deze kreet uit het publiek heel wat aan. Alleen bij mij al. Want het donderde me onverwachts in een tamelijke put met bagger.

10 jaar geleden kwam ik terug in Nederland. Ik ben bezig gegaan met het helpen van lotgenoten, door fora, lotgenotenactiviteiten, online hulp, opvang bij mij thuis en natuurlijk met het geven van behandelingen, lichaamsgericht werk. Prachtig. Ik deed en doe dat met groot plezier.
Ik volg de ontwikkelingen in de reguliere hulpverlening en in de alternatieve hoek. Ik ga naar cursussen, lees boeken en pak het hele gedoe samen in mijn behandelingen; een mengelmoes van reguliere methodes, gemixed met energetische behandelingen van Reiki tot en met Touch of Matrix, met craniosacraaltherapie, met tantrische verbindingsoefeningen, chakramassages en gezond verstand. En het werkt. Ik zie dat het werkt, krijg te horen dat het werkt en merk het aan de mensen die bij me komen. En ik doe het met plezier.
10 jaar zorgvuldig omgaan met mensen. 10 jaar met hart en ziel actief bezig met het helpen van mensen met ervaringen die op de mijne lijken. Tien jaar het gevoel een roepende in de woestijn te zijn. Ben ik dan werkelijk gek? Is het erg om je client aan te raken, om de triggers die in hun lijven, onze lijven, opgeslagen liggen, te voorschijn te willen halen door het simpelweg aanraken van hun lichaam?
Is het zo erg om mijn handen om een gezicht te leggen, aanvaardend, koesterend, het gevoel van volledige acceptatie daarmee over te brengen? En daarmee het vertrouwen te krijgen van mijn patiënt die daardoor zelf, zonder voorgeschreven partydrug, me kan vertellen, kan laten zien en kan laten voelen wat er met haar gebeurd is? Blijkbaar is het erg. Energetische behandelingen worden nog steeds niet serieus genomen. Zo ongelooflijk jammer, wat een gemiste kansen.
En dan merk ik dat ik het zat ben. De vooroordelen, de angsten, het niet kunnen of willen omdenken, het geen ruimte geven aan andere ervaringen en mogelijkheden, de wrok, de concurrentiegedachte en het ingebeelde tekort.
Eigenlijk wil ik gewoon stiekem weg, verdwijnen naar de bergen, verdwalen in de voetsporen van mijn voorgangers, de wegenmakers, de padenbaners met dromen. Gewoon verdwijnen, oplossen in de ochtendmist.

En dan is er gelukkig die vriendin, die ik al ken sinds een jaar of 12, 13, zoiets, een lotgenote natuurlijk. We bellen en ze vertelt me wat ik allemaal gedaan heb de afgelopen jaren, wie ik geholpen heb en hoe goed dat is. We halen herinneringen op, we lachen. En daarna kan ik wel weer verder.

 

 

Vorig stukje
Volgend stukje