“Jij bent niet echt sterk hè?”. Deze uitspraak van mijn therapeut raakte me heel diep. Ik had de afgelopen maanden verteld over mijn leven, dat het lang niet altijd makkelijk was. Over het gepest (en in elkaar geslagen worden) op de lagere school, jarenlang. Over het seksueel misbruik. Over de gevolgen daarvan. Over het auto-ongeluk. En dan opeens deze uitspraak van degene die ik zo zeer vertrouwde, waarvan ik dacht dat hij had gezien hoe moeilijk het was geweest om al die jaren overeind te blijven.Ik was perplex. En zoals ik dat toen deed, trok ik me terug, gekwetst, onbegrepen en terug in standje “net doen alsof het niet raakt,
want geraakt worden maakt kwetsbaar”. Geraakt worden maakt kwetsbaar. Voor de meesten van mijn lotgenoten een bekend gevoel.

Daders van misbruik en mishandeling dreigen met dingen, dat verschilt van het kwaad-doen van mensen waarvan je houdt, tot jouzelf veel pijn doen of zelfs ombrengen. Als een dader je zwakke punt kent, kan hij/zij dat steeds weer gebruiken. Veel zusjes die ik ken werden bedreigd: “als je niet doet wat ik wil ga ik wel naar je zusje toe, dat wil je toch niet hè?”. Moeders die te horen krijgen: “anders ga ik naar je kind”. Of gewoon: “ik maak je dood als je niet doet wat ik zeg”. We leren om niet te reageren, om niet te laten merken dat we er heel bang van worden. Want dan heeft de dader nog een machtsmiddel in handen. Mijn dader dreigde altijd dat ik naar de gevangenis zou moeten, of naar een kindertehuis. Verschrikkelijk leek me dat, en dat wist hij. Dus ik deed wat hij me opdroeg, stond toe te doen wat hij wilde.

Nu, deze uitspraak van mijn therapeut kwam dus hard binnen. Ik vond eigenlijk wel dat ik het nog heel goed redde met alles wat ik had meegemaakt. Ik werkte, had een lange relatie gehad, had weinig last van trauma’s en dan zegt hij dat ik niet echt sterk ben. Ik ging naar huis, teneergeslagen door het ‘oordeel’ van mijn therapeut, verdrietig, mezelf klein voelend en tegen mezelf zeggend dat ik me gewoon aanstelde. Want natuurlijk had hij wel gelijk, ik had geen kracht gehad om mijn huwelijk te redden, niet om voltijds te werken, niet om mezelf te verweren tegen de dader, niet om me krachtiger neer te zetten in het werk enzovoorts. Deze gedachtenreeks van vroeger (die er toe leidde dat ik mezelf niks waard, niet leuk, wel dik en lelijk en dom vond) begon weer te lopen alsof het nooit was weggeweest.

Toch, deze keer was het net anders. Ik deelde het op het forum waar ik lid van was. Vroeger was dat ondenkbaar voor me, dit soort dingen delen. De dames vielen zowat over elkaar heen om me te vertellen dat ik wel sterk was. Om misbruik te overleven moet je wel sterk zijn, dat gaat niet anders. Het vonkje verontwaardiging dat ik had gevoeld toen mijn therapeut zei dat ik niet sterk was, groeide door de reacties. Het was verwarrend, was dan mijn denkbeeld over mezelf echt fout? Was ik misschien wel leuk, wel de moeite waard om te leren kennen? De maanden van praten over wat ik wil, wat ik voel, bleken meer te hebben gedaan dan eerst wel leek.

Ik werd boos. Boos? Ja boos, eindelijk boos. Mijn hemel, wat werd ik boos! Natuurlijk kon ik daar geen kant mee op. Ik was wel eens boos en kon dan best snibbig, kattig en zelfs gemeen zijn, maar er echt wat mee doen, nee. Boosheid uiten kon ik niet. Een keer met een deur slaan lukte nog net wel, maar ja, dat zet ook geen zoden aan de dijk. In gesprek met mijn psychiater (die doen in Zwitserland ook gesprekken) vertelde ik dat ik zó graag een keer van alles zou willen stuk smijten. Ze schrok er van. Mij leek het heerlijk.  Ze heeft het me afgeraden, vertelde dat ze nogal wat patienten had die juist moeite hebben met beheersen en dan zou ik juist beginnen met smijten? Nee, dat vond ze geen goed plan. Maar ja, ikke natuurlijk eigenwijs en na wat gepeins over hoe dat aan te pakken begon ik glas te verzamelen.
Lege flessen en potjes mochten nog even blijven en de glasbak had minder werk aan me. En op het moment dat de boosheid op mijn therapeut erg groot was, sloot ik de poezen op in de slaapkamer en heb in de keuken alle potjes en flessen aan barrels gesmeten. Dat ging niet zomaar, sommigen moest ik meermaals met kracht tegen de grond gooien. Hoe vreemd het ook klinkt, na een paar flessen kwam ik goed in de mood en heb er nog wat servies achteraan gegooid bij gebrek aan glas.
   Het was heerlijk. Ik heb echt voluit genoten van het uiteenspatten, het kabaal en de rondvliegende splinters. Ik stond verbaasd over mezelf. Zeker toen het genoeg was en ik in de keuken ietwat verbijsterd naar de puinhoop stond te kijken. Was dit het resultaat van mijn boosheid? Kon ik zo veel stuk maken zonder wroeging?
Tegelijk was ik trots. Trots op mezelf, omdat ik mezelf, mijn ingeprente grenzen, had overwonnen. Trots omdat ik dus wel boos kon worden, trots op de stappen die ik hiermee maakte. Het was een overwinning van angsten en verboden (het verhaal over het opruimen van splinters en het repareren van keukenvloertegels bespaar ik jullie, in het kort: het was méér dan de moeite waard).

Mijn therapeut kwam terug van vakantie. En ik vertelde hem over mijn boosheid, mijn glasgooiactie en wat er allemaal aan vast zat. Hij was totaal flabbergasted. Hij kon zich zijn opmerking maar vaag herinneren. Toen ik hem vertelde waarom het me zo zeer had gedaan en boos had gemaakt kon hij zich dat heel goed voorstellen. 
Hij verontschuldigde zich en was tegelijkertijd heel blij dat dit gebeurd was. Ik was er ook blij om. Niet alleen omdat ik leerde dat ik boos kan zijn en mag zijn en me mag afreageren. Ik leerde dat een therapeut fouten kan maken, dat ik boos mocht zijn op hem, dat ik steun kon vinden bij lotgenoten en dat ik moed genoeg had om tegen therapeuten in te gaan en dat ik ze daarmee niet kwijt raakte. En dat is heel veel om te leren!

Conclusie: geraakt worden maakt kwetsbaar behalve als je daarmee toegang krijgt tot je eigen kracht.

Vorig stukje
Volgend stukje