“Vannacht lag ik een tijdje wakker, gewoon zomaar. Het deed me denken aan die tijd van verwerking waarin ik mijn ogen amper dicht durfde te doen. k was super gemotiveerd om te verwerken en in mijn binnenste speelde zich een stille maar intense strijd af. Ik was bang dat ik zou sterven voordat ik leefde, voordat mijn verwerking af zou zijn. Ik had haast, maar tegelijkertijd was het verschrikkelijk om me de dingen te gaan herinneren. Zoals altijd was er een middenweg: de angst kroop mijn dromen in. Ik droomde niet zozeer over wat me gebeurd was, maar over hoe het voelde. Telkens weer waren het dezelfde dromen, dezelfde angst. Zo kon ik wennen.Ik leerde lucide te dromen. Als ik een droom herkende, werd ik me er bewust van dát ik droomde. En dan kon ik denken: “nee, deze gang niet in, daar is gevaar”. Of: “als ik nou ga vliegen, dan komt het goed”.Het hielp me de angsten onder ogen te zien en te leren dat ik mijn dromen kon beïnvloeden. En als ik mijn dromen kon beïnvloeden, mijn angst onder ogen kon zien, zou ik het dan ook niet in het echte leven kunnen?Telkens als ik mijn ogen sloot, was ik bang dat het voor altijd zou zijn, dat ik zou sterven. Vaak schrok ik na een paar minuten wakker, mijn lijf hyperalert en met bonkend hart. Het licht was in die tijd altijd aan, hoe groter de angst, hoe meer licht.Vaak sliep ik maar een paar uurtjes per nacht, meestal vanaf een uur of vijf, dan werd het licht, dan verdwenen de schaduwen van de nacht en kon ik weer ademhalen. In The courage to heal had ik gelezen over het maken van een veilig nest en natuurlijk vond ik het in het begin belachelijk, een volwassen vrouw die een soort veilig tentje moet maken. Maar toen herinnerde ik me mijn opklapbed-met-gordijntje van vroeger, waar ik mijn eigen veilige plek van gemaakt had, waar niemand me wat kon doen, waar ik onzichtbaar was. En dus deed ik dat weer, veertig jaar later, tijdens mijn verwerking. Ik leerde mijn slaapplek veilig te maken, kocht een reusachtige, prachtige klamboe om in te schuilen, me te verstoppen voor alle enge dingen van de nacht.Het werkte, hoe het precies werkte wist ik niet en weet ik nog steeds niet echt, ik weet alleen maar dat ik meer rust en meer slaapuurtjes kreeg. Het actief zorgen voor mijn eigen veiligheid maakte blijkbaar dat mijn alarmsystemen minder snel en minder heftig reageerden. Tegenwoordig kan ik vaak heel goed slapen, nachtenlang ongestoord, zonder licht, zonder angst. Mijn klamboe heb ik laatst weggegeven, ik kan zonder.”

 

 

Vorig stukje
Volgend stukje