“Het is ondertussen ruim tien jaar geleden dat ik hals-over-kop aan mijn verwerkingstraject begon.
Het begon zo onschuldig. De fysio en fitness hielpen niet genoeg meer tegen de pijn in mijn hoofd, nek, schouders, rug en benen. De huisarts begon met opiaten te gooien en ik wist dat er iets moest gebeuren, wie wil er nou een groepsleidster die met opium achter de knoopjes kinderen gaat vertellen dat ze geen drugs mogen gebruiken…? Ik besloot de handdoek in de ring te gooien en te stoppen met werken, met fitness en fysio. Mijn fysiotherapeut, leuke jongeman, raadde me aan het met craniosacraaltherapie te proberen. Zijn baas was daar goed in, zei hij.

Dus ik naar de baas. Die legde me op een massagetafel, zei dat ik niks hoefde en deed wat vage dingen die ik niet echt voelde en toch ook wel. Een uurtje later stond ik buiten. Danig in de war, want de pijn was weg, voor het eerst sinds zeven jaar. De pijn kwam wel terug, maar ik stapte vol vertrouwen voortaan één keer per week de praktijk binnen en kwam er zonder pijn weer uit.

Toen was er die dag dat ik ontspannen kon.
Echt kon ontspannen. En met die rust kwam er een herinnering die ik nog niet kende. De herinnering aan een man die me aanraakte terwijl ik dat niet wilde. Ik was maar klein, echt klein en snapte er niks van maar ik wilde dat hij me los liet. Ik schrok me wezenloos en zat acuut rechtop op de massagetafel want ik dacht dat ik de herinneringen over het misbruik wel kende, dat ik het verwerkt had en dat het voor mij wel afgehandeld was.
Nou niet dus.

 

Die dag begon voor mij het verleden te leven. Opeens was ik voornamelijk bezig met mijn toch al onbegrijpelijke geheugen. Heel mijn leven was ik verbaasd als bleek dat mensen dingen jarenlang konden onthouden. Sommige mensen weten na twintig jaar nog wie er bij hen in de klas hebben gezeten.Ik wist het al niet meer als de schoolvakantie was afgelopen. Van mijn jeugd heb ik een paar herinneringen, met veel moeite kan ik me soms dingen herinneren als ik het erover heb met mijn zus of broer.
Ik dacht altijd dat ik blijkbaar toch gewoon dom was. Nu werd me duidelijk dat het echt zo is dat (bijna) al die nare herinneringen gewoon verdwijnen en bovendien ook een hoop fijne herinneringen meenemen. Ik wist wel dat er dingen waren gebeurd met die man. Maar ik wist er niet veel van. Ik vergat ze al als ze gebeurden. Telkens weer trapte ik erin als hij me riep dat ik bij hem moest komen. Pas op de drempel wist ik dan weer dat ik dat beter niet kon doen.
De herinneringen kwamen nu terug. Niet fijn, heel moeilijk en toch broodnodig.”

 

Vorig stukje
Volgend stukje