En dan soms, opeens, ben ik terug bij af. Alles wat ik geleerd heb, verwerkt heb, op een rijtje heb en veranderd heb, opeens weer even helemaal weg. Ik donder terug naar al die dingen die ik allang gehad heb, die ik achter me liet. Verwerkt dacht ik.

Nou, soms werkt het even niet. De laatste tijd zijn er nogal wat dingen die me heftig raken, tot op mijn botten. Mijn tante, mijn enige tante, waarvan ik houd vanaf dat ik te klein was om te weten dat ze er was, deze tante is opgenomen in het ziekenhuis. Spoed, een verwarde vrouw die de ramen in haar huis probeerde stuk te slaan in een poging te ontsnappen aan enge mannen die er op dat moment niet echt waren. We bezochten haar en ze had verhalen die niet zouden misstaan in een misdaadroman. Maar ze leek verder nog best op zichzelf.Een week later is ze een schim van de krachtige vrouw die ze ooit was, daar zit ze, in geleende kleren, ze heeft opeens een bocheltje en ze bekijkt ons wantrouwend. We houden van haar en we weten dat zij van ons houdt. Maar er is niet veel meer van over, niet van mijn tante en niet van haar liefde voor ons.

Liefde die weg is, verdwenen in het zingen van de wind. Ik sta verlaten en voel me heel alleen. Voor de zoveelste keer probeer ik los te laten, het leven en de toekomst gewoon te laten komen en open te staan voor hoe het eruit gaat zien. Het is moeilijk, zo moeilijk de eerste weken.

Hier, ver weg van de dagelijkse dingen, maak ik langzaam weer contact met mezelf.
Ik voel wat er in me leeft, wat ik werkelijk wil. Ik voel dat het niet uitmaakt waar ik ben, hier, of thuis, of waar dan ook. Wat ik vergeten ben, heel stiekem in de afgelopen tijd, is thuis te zijn bij mezelf. Het is niet de eerste keer dat me dat overkomt en het is niemands schuld. Zelfs niet de mijne, het is deel van mijn proces. Te druk met allerlei dingen die zo belangrijk zijn als je er in zit, maar die verbleken als je even terug bent bij af. De aandacht aan de dingen die ik prettig vind, waar ik rust in vind is ondergegaan in de dagelijkse gang van zaken: het genieten van mijn relatie en van mijn groei daarin, het opknappen van het huis, het zorgen voor de dieren, het bekendheid geven aan wat we doen met de stichting, het geven van de training.

Deze weken leren me weer dat een van de dingen die ik nog mag leren, het bij mezelf blijven is. En ik weet het wel hoor, want ik hoor het jullie denken, dat ik veel bereikt heb, dat ik een heel eind ben op het pad. Ik weet het. Ik ben ook echt niet meer het lieve meisje van vroeger, anticiperend op mogelijke wensen van wie dan ook, maar toch is dit een van die dingen waar nog wel wat werk voor me aan zit.

Mensen krijgen van mij nogal eens de vraag: wat zou je doen met twintig miljoen (meer over die vraag staat op deze pagina). Met twintig miljoen kun je alles wat je wilt, huizen kopen tot je de adressen niet meer kunt onthouden, je familie en vrienden  steunen, arme kinderen te eten geven, de wereld over reizen tot je er duizelig van bent en zelfs een uitstapje maken in het heelal. En als je dat allemaal gedaan hebt, en je zit thuis op de bank, en je kijkt om je heen, wat ga je dan doen? Die twintig miljoen is niet op hoor, dat gaat niet zo snel. De vraag is niet bedoeld om in je huishoudboekje te mogen kijken, maar als hulpmiddel om te kijken wat er echt belangrijk voor je is. Zelf heb ik ooit gekozen voor een groot huis op een mooi plekkie, niet te ver van de stad, niet te dichtbij, mega groot maar mooi en warm en passend als een oude jas.

Dit huis zou ik bewonen, er zou een mega grote keuken zijn met een immense tafel, plek voor mensen met trauma’s die een plek zoeken om zichzelf te mogen zijn en te helen, verschillende ruimtes waar mensen zijn om te helpen met helen. Ooit koos ik daarvoor. De laatste tijd dringt langzaam tot me door dat het onhaalbaar is. Zelfs met twintig miljoen verandert er niks aan mijn rug, aan mijn belastbaarheid en al helemaal niks aan wat ik nu voel (gelukkig maar). Ik mag dus terug naar de tekentafel zeg maar, kijken en voelen wat ik wil en vooral leren het leven haar loop te laten nemen. Langzaam, heel langzaam krabbel ik omhoog en word nieuwsgierig naar mijn toekomst.”

Det är nu som livet är mitt
Vanaf nu is mijn leven van mij
Jag har fått en stund här på jorden
Ik heb maar zo’n korte tijd hier op Aarde
Och min längtan har fört mig hit
En mijn verlangen heeft mij hier gebracht
Det jag saknat och det jag fått
Alles wat mij ontbrak en alles wat ik vergaarde

Det är ändå vägen jag valt
En toch is het de weg die ik verkoos
Min förtröstan långt bortom orden
Mijn vertrouwen was eindeloos
Som har visat en liten bit
Dat mij een klein stukje toonde
Av den himmel jag aldrig nått
Van de hemel die ik nooit vond

Jag vill känna att jag lever
Ik wil voelen dat ik leef
All den tid jag har
Al mijn dagen lang
Ska jag leva som jag vill
Ik wil leven zoals ik wil
Jag vill känna att jag lever
Ik wil voelen dat ik leef
Veta att jag räcker till
Wetende dat ik goed genoeg was

Jag har aldrig glömt vem jag var
Ik ben nooit vergeten wie ik was
Jag har bara låtit det sova
Het sliep alleen in me
Kanske hade jag inget val
Misschien heb ik nooit de kans gehad
Bara viljan att finnas kvar
Behalve dan de wil om te leven

Jag vill leva lycklig
Alles wat ik wil is gelukkig leven
För att jag är jag
Echt zijn wie ik ben
Kunna vara stark och fri
Om sterk en vrij te zijn
Se hur natten går mot dag
Om de dag uit de nacht te zien opkomen

Jag är här
Ik ben hier
Och mitt liv är bara mitt
En mijn leven is alleen van mij
Och den himmel jag trodde fanns
En de hemel waarvan ik overtuigd was
Ska jag hitta där nånstans
Bleek ergens daar te zijn

Jag vill känna att jag levt mitt liv
Ik wil voelen dat ik mijn leven echt geleefd heb

Vorig stukje
Volgend stukje