Dissociëren heeft mij, en veel andere lotgenoten, gered. Het helpt letterlijk te overleven, doordat je je overgeeft aan wat er gebeurt en niet tegenwerkt. Voor een aantal van ons zou tegenwerken van de dader(s) zeker fataal zijn geweest. En het dissociëren hielp ons om niet totaal gek te worden van ellende, of dood te gaan van de pijn. Dissociëren is een beschermingsmechanisme waar ik persoonlijk heel dankbaar voor ben. Er zitten ook nadelen aan dissociëren maar daar kom ik nog wel op terug. Degene die me schreef dat ze liever had kunnen dissociëren, heeft gevochten tegen degenen die haar de dingen aandeden. Ik snap zo goed dat ze liever had willen dissociëren. Maar vaak had ik gewild dat ik had kunnen vechten, de strijd aan had kunnen gaan. Ik kon dat niet. Gewend als ik was om te doen wat oudere, volwassen mensen, me zeiden te doen, kon ik niet anders dan gehoorzamen. Ik protesteerde wel, zei dat ik het niet wilde, niet leuk vond en dat het vies was wat hij deed. Maar hij luisterde niet en als hij al reageerde was het om te zeggen: ‘Je vindt het wel fijn’ of om te dreigen met de meest vreselijke dingen als ik het iemand zou vertellen. Dus dan was er geen andere mogelijkheid om te dissociëren (voor mij, toen). Het voelde als toestemming geven, ik gaf op en liet gebeuren wat ik niet wilde. Wat heb ik me in de loop der jaren een verwijten gemaakt! ‘Ik had niet moeten toegeven, ik had beter moeten weten’, ‘ik had niet naar hem toe moeten gaan, ik had moeten schreeuwen, schoppen en slaan’. Het heeft me heel veel tijd gekost om te accepteren dat ik niet anders kon. Wat me hielp was dat mijn therapeut me dan vroeg om me voor te stellen dat er een klein meisje naar me toe kwam met haar verhaal, precies hetzelfde verhaal als het mijne. Ik ben goed in visualiseren, dus ik zag het ukkie komen en ik hoorde haar verhaal. Ik was ontdaan. Wie doet nou zo iets met zo’n kleintje?

 

De therapeut vroeg dan wat ik tegen haar zou zeggen. Ik heb veel gezegd, en er was geen enkel verwijt bij, geen vraag over of ze het had kunnen voorkomen. Alleen maar liefde, acceptatie en compassie. Uiteindelijk snapte ik dat ik dat kleintje niks wilde verwijten omdat er niks te verwijten was. Ze heeft niks fout gedaan, niets nagelaten te doen, ze heeft geprobeerd wat ze kon.

Ik heb geprobeerd wat ik kon.
Ik heb gedaan wat ik kon.

Vorig stukje
Volgend stukje