Angst is denk ik dé grote begeleider van mensen met PTSS. Vooral als je van jongstafaan angst hebt leren kennen is het moeilijk je een leven zonder angst voor te stellen. Mijn grootste angst was dat ik zou dood gaan voordat ik de kans had gehad om te gaan leven, voluit te gaan leven zonder angsten en in overgave voor wat er is. Mijn verwerking kreeg echt een schop vooruit toen mijn lieve vriendin bleek te gaan sterven aan kanker, veel te jong, veel te weinig geleefd, te weinig geliefd. Ze was zo bang en zo bitter en zo boos. Ken je dat, dat er soms verschrikkelijke dingen nodig zijn om je te laten zien wat je wilt, echt wilt en wat je achter je wilt laten? Want het was verschrikkelijk: ze stierf, zonder acceptatie van dat ze sterven ging, zo bang en zo verschrikkelijk pissig op de  onrechtvaardigheid van het leven. Ik besloot toen om er alles aan te doen wat ik kon om niet zó te sterven.

Angst komt in soorten en maten. Soms was ik gewoon een beetje bang, voor de herinneringen waarvan ik wist dat ze op me lagen te wachten, onbekende gevoelens en beelden die van te voren vaak veel enger waren dan wanneer ik ze tegemoet trad. De sprong in het diepe, zo vaak gesprongen, werd steeds minder eng. Het gaan voelen maakte me niet zo bang maar was heel moeilijk om te doen. Bij alle angsten, de kortdurende voorbijgaande maar ook bij de meer blijvende, bleef steeds die ene angst, de angst om te stikken.

 

 

 

 Ik ga uitleggen hoe het komt dat ik juist daar bang voor ben. Niet omdat ik het leuk vind om het daarover te hebben, maar het is volgens mij dé ervaring met misbruik waar het minst over gepraat wordt, de doodsangst. Nou eigenlijk de doodervaring. Als klein kind werd ik oraal verkracht. Zo heet dat officieel. Ik was er toen van overtuigd dat ik doodging. Geen lucht kunnen krijgen, pijn en paniek maakten dat ik dacht dat ik wist dat ik dood ging. Ik overleefde, mijn lijf overleefde. Ik weet er niet veel meer van, maar kan het nog voelen, ruiken, proeven, want zo werkt dat.De angst, ja die ken ik en die werd erger toen ik me open durfde te stellen voor deze ervaring en de gevoelens erbij. Ik herinner me de angst weer, het gevoel van die veel te grote, veel te gretige man waar ik niks tegen kon beginnen, de man die toch eigenlijk van me zou moeten houden. Veel van de mensen die vroegkinderlijke trauma’s hebben kennen deze doodsangst. Kinderen zijn te klein voor seks met volwassenen. Het past niet, het doet zeer, beschadigt en bijna elk slachtoffer dacht te zullen sterven. Het is de doodsangst, de overtuiging te sterven, die het zo verschrikkelijk moeilijk maakt om te gaan leven. Het is niet makkelijk door te gaan als een deel van je gestorven is en je weet dat het vanavond, of morgen, weer zal sterven.

Vorig stukje
Volgend stukje