De eerste herinnering maakte de deur open naar meer herinneringen. Die kwamen langzaam, steeds een nieuwe. Ik was verbijsterd, nooit had ik verwacht dat er zoveel gebeurd was. Ik weet niet meer wat ik toen ik klein was erger vond, het beschadigde vertrouwen, de verwarring over wat er gebeurde, het dragen van een geheim dat ik niet wilde, de angst dat hij de dreigementen waar zou maken als ik het iemand vertelde, de schaamte, de wanhoop of de angst van waarom ik het telkens weer vergat. Ik herinner me dat hij altijd dingen tegen me zei. Lange tijd heb ik niet geweten wat, hij zei het namelijk heel zachtjes. Mijn dader dreigde. Hij dreigde vooral met eenzaamheid (dan moet je naar een kindertehuis, we gaan alle twee naar de gevangenis, ik doe je familie pijn en dan gaan ze weg, als je het vertelt wil niemand je meer, dan ben je alleen). Of hij dreigde iets concreter met dingen die hij me fysiek aan zou doen. Of soms zei hij alleen maar dat ik het fout zag, dat het niet raar was, niet vies, dat het heel normaal was. Al deze dingen heb ik gehoord, ik heb ze opgeslagen. Heel ver weg, in een hoekje van mijn hersens lagen ze op non-actief. Bepaalde woorden, bepaalde zinnen, en zelfs als er alleen maar de intonatie van minachting voelbaar was, triggerden me heel erg, maar zonder herinnering en zelfs zonder dat ik door had dat ik getriggerd werd.

Pas in mijn verwerkingsproces werd me duidelijker, waarom ik niet hou van oesters en trilpudding en waarom de gedachte
aan gelatine me al misselijk maakte.Bepaalde geuren, vooral zeep, konden maken dat mijn benen gingen trillen. Maar wie snapt dat nou als je gewoon steeds meer een hekel krijgt aan parfumerieën? Het wonderbaarlijke is dat al die dingen in de loop der tijd duidelijker werden. Vroeger vond ik zeepjes lekker, maar hoe langer hoe meer kreeg ik er een hekel aan. Tot ik de herinnering die er aan vast zat, nog dieper verborgen in de donkerte van mijn onbewust-zijn, terug kreeg. Daarna snapte ik het en heeft het niet heel lang meer geduurd voor ik geurtjes weer lekker begon te vinden. Bij bepaalde geurtjes schiet er nog steeds door me heen:  ‘o, dat geurtje!’, hoewel ik weet dat het allemaal al heel lang voorbij is. Bij de tandarts had ik vroeger al moeite om op tijd in de stoel te komen, ik moest een sprintje trekken anders viel ik halverwege gewoon om. Ik was zo verschrikkelijk bang voor die man, nou ja, voor de dingen die hij deed. En hij probeerde me echt op mijn gemak te stellen. Hij en ik wisten beiden niet dat het niet aan hem lag, en ook niet echt aan de behandeling daar. Nu weet ik dat een tandarts me direct triggerde naar vroeger. Het half liggen, mond open, weerloos, maakte dat ik direct achter de stoel ging staan en mijn lijf liet liggen (oftewel: dissocieerde). Ik ben niet snel agressief, ik sla eigenlijk nooit iemand, maar een arts die een spatel onverwachts op mijn tong legde kreeg dus wel bijna een wats voor zijn hoofd (stiekem vond ik dat nog wel goed van mezelf, want ik was tenminste een keer niet bevroren).

Het werd me duidelijk dat veel van de dingen die ik niet fijn vond, of niet durfde, gevolg waren van de verdrongen herinneringen. Ik vond het niet prettig dat wat ik deed geregeerd werd door onbewuste dingen. Mijn doel werd dus het naar boven halen van wat er gebeurd was, dat verwerken en op de één of andere manier er voor zorgen dat de triggers niet meer triggerden. Dat ik er wel een tijdje over zou doen was me duidelijk maar ik wilde zo graag gaan leven zonder angst. 

Vorig stukje
Volgend stukje