Herinneringen kunnen je overspoelen. Mij gebeurde dat in het begin eigenlijk altijd, de angst, de pijn en alles kwam dan zo hard en zo onverwachts dat ik van ellende niet wist waar ik het moest zoeken. Mijn therapeut zei dan dat ik moest leren te beseffen dat dat vroeger was, dat het voorbij was. Leuk. Maar hoe doe je dat als je midden in een flashback zit? Hoe houd je contact met het hier en nu als je in een herinnering zit? Voor mij was het belangrijk dat ik besefte dat mijn lichaam op de behandeltafel bij mijn therapeut was. Ik wist namelijk dat ik daar veilig was, hij zou er voor zorgen dat me niks gebeurde dat ik niet wilde. Hij gaf me ook de veiligheid te weten dat ik mezelf niet kwijt kon raken als ik daar was. Kwijt raken? Ja, ik was bang dat ik mezelf, mijn volwassen ik, kwijt zou raken als er teveel herinneringen kwamen, te veel gevoelens en emoties en teveel gevoel in mijn lijf. Ik was bang dat ik zou imploderen als ik alles zou weten en voelen.

Dissociëren kan heel handig zijn, maar je verwerkt er niet mee.  Dus, om te verwerken moest/wilde ik erbij blijven en de beelden onder ogen zien, maar omdat ik dat niet gewend was, was het heel eng. Ondertussen had ik ook de Draak leren kennen, dat maakte wel dat ik het minder eng vond.  Want ik wist dat het een hulp was om te zorgen dat ik alleen dingen te verhapstukken kreeg die ik werkelijk aan zou kunnen (nou had ik wel eens een verschil van mening met de Draak daarover, maar ja…). Mijn therapeut zorgde er altijd voor dat ik voelde, letterlijk voelde, dat hij er was. Dat hielp. Het hielp ook dat hij steeds zei dat hij er was en dat hij niet weg zou gaan. Dan durfde ik wel naar herinneringen te gaan kijken.

Naar herinneringen kijken is niet heel moeilijk als je, zoals ik, nogal visueel ingesteld bent. Ik zag het gewoon echt achter mijn gesloten ogen steeds opnieuw gebeuren. De heel enge dingen, waar ik echt niet naar durfde te kijken, daar visualiseerde ik gewoon mijn therapeut bij het plaatje in, die me dan hielp en beschermde. In die plaatjes leerde ik ook het verschil te zien tussen het kleine meisje van toen en mijzelf als vrouw van middelbare leeftijd. Het meisje, dat was degene die al die dingen overkwam. Die ouder wordende vrouw, dat ben ik in het hier en nu. Ik leerde om tegelijk het meisje te zijn en tegelijk de vrouw. Dat was heel handig, want nu kon ik als volwassen vrouw het meisje helpen, troosten, meenemen uit de situatie en in veiligheid brengen. In het begin was dat niet zo maar iets. Het kleine meisje was bang voor alles en iedereen, dus ook voor mij. Dat was niet leuk om te merken, dat ik als kleintje bang ben voor mezelf als volwassene, die bovendien ook nog kwam om Marjolijntje te helpen! Ik werd boos de eerste keer, kwam ik eindelijk om haar te helpen, wilde ze niks van me weten.

Mijn therapeut vroeg me of ik me kon voorstellen dat de kleine wel eens boos en verdrietig kon zijn omdat ik nú pas kwam, na al die lange jaren alleen. Tja, dat kon ik me heel goed voorstellen. Zit je daar als kleine steeds in die situaties en dan komt er iemand die zegt dat ze wil helpen maar die boos wordt als je niet meteen durft…
Dus deed ik wat ik bij alle kinderen doe die dingen eng vinden, ik ging op mijn hurken zitten, vertelde wie ik was en dat ik kwam om haar te helpen. Ik vertelde dat ik het heel naar vond dat ik niet eerder had kunnen komen maar dat ze nu mee mocht en dat al die nare, enge dingen voorgoed voorbij waren. Ik nam haar mee naar haar toekomst, naar mijn hier-en-nu.

Vorig stukje
Volgend stukje