Ik begon te herinneren. Dat was geen feestje. Al die dingen die een goed plekkie hadden gevonden ergens in een donker hoekje van mijn lijf, kwamen zich melden. Lag ik gewoon rustig te ontspannen op de behandeltafel van mijn therapeut, popte er weer wat te voorschijn. Dat is niet jofel. Ondanks dat ik wist dat het moest, moest omdat ik het wilde, was het heel moeilijk om herinneringen toe te laten. Soms was het een herinnering aan een situatie, waarbij ik echt helemaal terug was in het TOEN. Dus ik zag, hoorde, voelde, proefde en rook hoe het toen was, wat er gebeurde. Als een golf kwam het dan over me heen, de bodem van het NU was ik dan even kwijt. Soms was het alleen maar een flits, een gevoel, een plotselinge neiging om weg te lopen, om over te geven. Dat is verwarrend. Is een herinnering die geen herinnering is, maar alleen een voorbijschietend beeld, wel echt? Ben ik gek, herinner ik me dingen die niet gebeurd zijn, en waarom zou ik dat doen? Heb ik die dingen echt meegemaakt? Hoe weet ik dat ik ze meegemaakt heb? Beeld ik het me alleen maar in? Hoe weet ik dat het echt is?

Een van de dingen die me hielp te geloven in de waarheid van wat er boven kwam was een voorval rond het auto-ongeluk. Mijn therapeut vroeg me op een dag om niet te gaan liggen, maar te gaan zitten, op de tafel. Okee, ik zat, benen bungelend over de rand. Hij legde een hand op mijn hoofd en een op mijn rug. Ik kukelde achterover de tafel af! Gelukkig was daar mijn therapeut die me opving. Hij liet me in dezelfde houding langzaam naar de grond zakken. Na een tijdje kreeg hij zere spieren en ik vond het ook wel genoeg. Dus hij zette me overeind op de tafel terug, zei dat ik moest wachten en niet mocht veranderen van houding. Hij haalde een mat, legde die achter de tafel en legde een hand op mijn hoofd en een op mijn rug. En ik weet nog dat ik dacht: “Ja, echt niet, dat ga ik niet nog een keer doen”. Voor de gedachte ten einde was hing ik op de kop naast de tafel, mijn bovenbenen op de tafel, mijn hoofd keurig op de mat. Ik hing daar en opeens kwam er van alles terug over het ongeluk, want dit was precies de houding waarin ik in de auto gehangen had tijdens het ongeluk. Vooral de emoties maar ook de pijn voelde ik. De dingen die bovenkwamen wist ik nog. Ik had daar gewone herinneringen aan die ik niet weggestopt had en die perfect bleken te kloppen met wat er bovenkwam. Dat heeft me echt geholpen te leren vertrouwen op de flitsen en gevoelens over vroegere herinneringen.

Het is moeilijk te beschrijven wat die met me deden. Het verschilde ook heel erg. Er waren herinneringen die heel duidelijk waren, die volledig waren, met alle zintuigen. Er waren er bij die alleen maar een geur waren. Sommige herinneringen vond ik heel moeilijk om te accepteren, maar telkens kwamen er meer aanwijzingen dat het gewoon allemaal echt was. De afkeer van gelatinepudding en mijn beelden van oraal verkracht worden maakten samen dat ik kon geloven dat dat gebeurd was. Het zien van beelden van een trap, altijd samengaand met verschrikkelijke angst, kreeg meer betekenis toen ik de geur erbij terugkreeg. Het werd opeens een plek die ik kende. Ik begon te accepteren dat al die vreemde dingen, die ik eerder niet kende, waar ik me langzaam delen van herinneren kon, al die vreemde herinneringen en ongewenste gevoelens wáár waren. Het is heel hard voor me geweest om te beseffen dat het waar was, dat er veel meer gebeurd was dan ik ooit had gedacht. Voor ik leerde ontspannen en voelen in mijn lijf had ik maar een paar herinneringen aan het misbruik. Het was bitter toe te geven dat er meer was.

 

Vorig stukje
Volgend stukje