In één van de eerste sessies bij mijn therapeut vroeg hij welke hobby’s ik had. Na wat gepeins vertelde ik dat ik graag lees, ik wilde graag schilderen, beeldhouwen, hout bewerken, kleien. Leek me geweldig. Hij vroeg me nog maar eens wat ik nou dééd als hobby. Niks dus. Vóór mijn auto-ongeluk deed ik vrijwilligerswerk bij een jeugdcircus, van begeleiding van de jongeren tot het lichtwerk bij voorstellingen. Heerlijk vond ik dat. Maar nu waren de dagen gevuld met werken en wat huishouding. Voor de rest had ik zoveel pijn dat ik op de bank ging liggen als ik thuis kwam en verder niet al te vaak meer overeind kwam. Natuurlijk gingen we wel eens ergens heen en dat was heel leuk, zwemmen met vrienden, barbecueën aan de rivier, stappen met collega’s. Maar vaker lag ik televisie te kijken.De vraag over de hobby’s maakte heel veel in me wakker, ik dook mijn verhuisdozen in en jawel, ik had nog olieverf liggen van mijn ex, een doek was gauw gekocht en ik ging schilderen. Na wat proefstukjes werd ‘litteken’ mijn eerste werk.Ik was er blij mee, maar olieverf bleek niet mijn ding. Het drogen van olieverf duurt zolang dat ik er helemaal raar van werd. Want ondertussen was er iets op gang ebracht, het schilderen was mijn uitlaatklep. Beelden die ik niet kon plaatsen, die ik niet kon verwoorden, wilden het doek op. Ik had haast, het moest eruit, ik barstte zowat. Dus hoppa, naar de groothandel voor kunstenaarsbenodigdheden. Jaja. Ik stond daar, in die gigantische winkel met van alles waarvan ik geen idee had waarvoor het was en kocht acrylverf, kwasten, doeken, papieren, van alles. De stemmen in mijn hoofd die zeiden dat ik niet kan tekenen, dus zeker niet schilderen, en dat het zonde was geld uit te geven aan iets dat ik toch niet zou kunnen, kon ik gelukkig negeren. De drang om het eruit te schilderen was groter. En ik heb geschilderd, in het begin veel op papier. Ik schilderde al die onbegrepen, telkens terugkerende beelden, de vage indrukken, soms alleen maar kleuren. En het hielp me. Er was dan weer een stukje minder druk, minder spanning.Het was ook nog in de tijd dat ik niet kon huilen om wat me gebeurd was, dat ik nog niet mocht voelen wat het met me gedaan had, dat ik de wanhoop en angst nog ver buiten mezelf hield.Het was ook heel lastig, mezelf altijd groot gehouden, in mijn werk vooral, ik kon immers altijd alles aan, en dan nu moeten gaan huilen? Op het forum vertelde ik wel dat ik niet huilde. Ik kreeg tips. Zielige films kijken. Treurige muziek luisteren, ik heb alles wel gedaan om maar te huilen. Uien snijden, dat hielp, want dan mocht het. Samen met het schilderen, het schrijven, de therapie, het forum en de paar mensen om me heen die altijd wel wilden luisteren, kwam ik dan toch zover dat ik ging leren te voelen wat er met me gebeurd was.

Vorig stukje
Volgend stukje