Meestal schrijf ik over verwerking van mijn trauma’s. Ook deze keer, maar toch net iets anders. Het gaat niet over seksueel misbruik dit keer, maar over mijn auto-ongeluk.

In 1998 werd ik, compleet met mijn geliefde VW-busje en twee passagiers, van de weg gereden door een wat grotere bus. Dat ging niet goed, we kwamen tot stilstand tegen de vangrails en ik kon niet uit de bus komen. Dit ongeluk heeft voor mij grote gevolgen gehad, ik heb hersenletsel opgelopen waardoor ik mijn werk niet meer kan doen. Mijn rug en nek hebben zulke zware klappen opgevangen dat er dingen verschoven en verdraaid zijn. Ik kan niet lang lopen (verschilt per dag, heel soms red ik drie kilometer, maar meestal ben ik al blij als ik vijftig meter kan lopen zonder pijn).
Mijn evenwichtsorgaan is aan barrels en ik heb daardoor moeite met alles wat beweegt. De gevolgen beïnvloeden mijn leven heel erg.

 

Vandaag had ik een sessie NeuroFeedBack. Dit in het kader van: “ach, niks anders helpt nog, dan dit maar proberen”. Ik mocht gaan zitten in de stoel die op standje uiterst-lui kan, voetjes omhoog, oogjes dicht, plakkertjes op mijn hoofd, muziekje aan, beeldscherm aan en ik hoefde niks te doen. Vrijwel direct voel ik hoe mijn schedel wordt samengeperst, alsof een grote notenkraker op mijn knarretje wordt gezet en men ijverig probeert het geheel tot moes te verwerken. Niet fijn. Veel pijn, heel veel pijn. En ik huil, grote tranen die zich verzamelen tot een poeltje in mijn halskuiltje. Mens wat doet dat zeer. Er zijn ook waarnemingen die ik ken van het ongeluk, de immense kracht die op mijn schedel komt op het moment dat mijn bus zich op het dak draait, de vangrail die op me af komt, het weten dat het niet goed gaat aflopen, het zwarte niets. Dan, verrassend maar ergens wel geweten, zie ik licht. Het is mooi, het is wit met blauw en warm en liefdevol. Het verdwijnt weer en ik ben terug bij het zwart en even later de vangrail. Alles is koud, naargeestig en ik ben volstrekt alleen. Het gierende geluid van metaal op asfalt is gestopt. Stilte, stilte.
Alleen.

 

In het nu, in de stoel bij de NFB-therapeut, voel ik alles weer. De pijn, zoveel pijn. We praten even en ik ga weer terug naar het ongeluk. Ik stuit op een soort ijslaag. Die herken ik wel, als ik die accepteer mag ik door naar het volgende level, nog wat dieper.
Altijd eng dat dieper gaan maar ik ga ervoor. Ik voel mijn wervels, rug en nek, die draaien en zeer doen en staan zoals ze niet moeten staan. In het hier en nu weet ik dat ik het los mag laten, dat ze mogen terugdraaien, helen. Ik ben heel bang om het los te laten, om het geheugen dat ik nu heb kwijt te raken. Om weer, zoals vlak na het ongeluk, niet eens te weten hoe vrienden heten, de weg kwijt te raken en middenin een handeling te vergeten waarmee ik bezig ben.
Maar heel bewust laat ik die angst los. Ik weet dat het de enige weg is om te kunnen helen. Ongeveer de hele tijd huil ik, ik voel kleine spierkrampen, pijn in mijn rug en buik en alsmaar in mijn hoofd. Ik laat het gaan. Het is koud en ik ril en tril en bibber (in gedachten zie ik de teksten over traumaverwerking, als je de bewegingen af kunt maken komt er meer rust, ga je aan het verwerken). Na een tijdje wordt het rustiger, de rillingen trekken weg, het wordt wat warmer en ik merk weer waar ik ben.

Dit was totaal onverwachts, ik had geen idee dat het over het ongeluk zou gaan en zeker niet dat het zo heftig zou zijn. Ik word goed opgevangen en na een tijdje ga ik naar huis. Daar, en onderweg, besef ik langzaam dat ik altijd doorgegaan ben, altijd gewoon doorgaan als er dingen gebeurden. Vroeger al, tijdens het misbruik, niemand zag het en ik ging gewoon door met “kind zijn”. Na het gebeuren in Spanje, gewoon doorgaan met werken, na het ongeluk, gewoon na het fysieke herstel (het zichtbare deel dan hè) doorgaan. De combinatie met het gevoel het alleen te moeten aankunnen heeft me een harnas van spanning en angst gemaakt. Veel heb ik al kunnen loslaten in de verwerkingstherapie rondom het misbruik. Maar dat is dus niet het enige dat er zit. Ik ben heel blij met deze sessie. Ik ben helemaal van slag, alles in mijn hoofd doet zeer en mijn nek kraakt, ik huil steeds weer maar ik ben er blij mee. Er is een stuk ontspanning voelbaar, opluchting. En hoop.

Vorig stukje
Volgend stukje