Toen ik eindelijk het zwijgen doorbrak deed ik dat door een werkstuk te maken. Ik zat op de LEAO en we moesten een werkstuk maken over een maatschappelijk probleem. Dat deed ik en hoewel ik niet eens wist dat ik seksueel misbruikt werd ging mijn werkstuk er wel over. Want, ik wist wel dat de dader aan mijn lijf zat en dat ik dat niet leuk vond en dus herkende ik iets in de omschrijving van seksueel misbruik.
Mijn ouders vertelden ons altijd dat seks iets was wat twee mensen deden die van elkaar houden en dat dat fijn was. Dat ging voor mij niet op, ik hield niet van die man en ik vond het niet fijn. Dus geen seks, dus geen seksueel misbruik. Tijdens het maken van het werkstuk begon er iets door te dringen bij me. Ik snapte wat hij met mij deed en dat het eigenlijk wel logisch was dat ik het niet leuk vond, want dat het helemaal niet in orde was. Hij mocht dat niet doen! En ik mocht het rot vinden wat hij deed!
Het werkstuk leverde me geloof ik een 8 of 9 op, maar belangrijker was dat ik ging voelen dat ik het niet hoefde te ondergaan, dat ik er wat tegen mocht ondernemen. Maar er heeft nooit iemand aan me gevraagd waarom ik dat onderwerp had gekozen…..Dus ik ging naar de politie. Ik was daar ook geweest voor een interview voor mijn werkstuk. Mijn gesprek duurde niet lang. Het was verjaard, het was niet ernstig genoeg en de dader was geen familie, mijn ouders moesten meekomen en eigenlijk kon ik alleen aangifte doen in het buitenland waar de laatste verkrachting had plaatsgevonden. Nou was ik best in staat om een trein uit te zoeken, daar in te stappen en af te reizen naar de bergen maar toentertijd was dat een onmogelijke onderneming voor een 16 jarige, vooral omdat mijn ouders van niks wisten. Ik weet niet eens of ik toen al een paspoort had, maar geld had ik niet en de taal was ook lastig voor me, zeker om uit te leggen wat hij gedaan had. Dat liet zich in het Nederlands al amper zeggen.
Ik stond weer buiten en had geen idee wat ik moest doen. Ik besloot het mijn ouders te vertellen en die zouden dan zeker met me mee om aangifte te doen….
Op een dag raapte ik al mijn moed bij elkaar en vertelde mijn ouders dat de dader “altijd aan mij zat”. Meer kreeg ik er niet uit, wat moest ik zeggen? Die donkere, gevaarlijke woorden gebruiken? Dat lukte me niet. Het was maar even stil en toen zei mijn moeder “Hij zit altijd aan iedereen, ontloop hem maar een beetje”. 16 jaar was ik en ik wist niet wat ik moest doen. De hulp en steun die ik verwacht had bleef uit. Ik was verbijsterd. Met stomheid geslagen. Ik bedacht dat hij toch gelijk had gehad, niemand geloofde me, niemand die me hielp. Als ik mijn mond verder niet hield zou ik vast worden weggestuurd, naar een weeshuis ofzo. Ik kan me weinig herinneren uit die tijd verder. Ik denk achteraf dat ik een stukje van mezelf daar ben kwijt geraakt en ik verviel weer in zwijgen.

Toch was het nuttig. Want toen “hij” weer kwam en me tegenspartelend en al vasthield en zei dat hij me wel wilde leren hoe ik het moest doen met mijn vriendje, toen heb ik met hem gevochten, gescholden, geschreeuwd en bedreigd.

Volgens mij was dat de laatste keer dat ik hem zag.

 

Vorig stukje
Volgend stukje