Er is bijna een week voorbij na mijn eerste respons op de #metoo berichten. Ik ga daar niet over schrijven, de actie heeft voor- en nadelen en ik ben er heel blij mee. Want er wordt gepraat over seksueel geweld, door miljoenen mensen. Wie had dat een maand of twee geleden kunnen denken? Dus ik ben dankbaar.
Ik heb niet heel veel verhalen gelezen, dat heb ik de afgelopen 12 jaar genoeg gedaan. Alle verhalen zijn triest en naar en ik vind het verschrikkelijk wat mensen overkomen is. Gelukkig heb ik ook de verhalen van mensen gemist die zichzelf slachtoffer vinden als ze 1 keer nageroepen worden overdag op straat. Het is niet leuk maar het is heel wat anders dan langdurig seksueel misbruik. Ik ben ook de verhalen misgelopen van de mensen die na twee dagen begonnen te roepen dat er nu maar weer over wat anders gepraat moest worden, dat het allemaal zo erg niet kan zijn. Gelukkige mensen zijn dat, die het niet aan den lijve hebben ondervonden, die jammer genoeg (hopelijk ongewild) het leed van miljoenen onder tafel schuiven als “overdreven”. Ik kan daar heel boos en verdrietig om worden, dus ik vind het niet erg dat ik die berichten niet lees. Wat ik wel mee kreeg zijn de berichten over de #ihave van overwegend mannen, die inzien dat ze dingen hebben gedaan, gezegd die voor slachtoffers als bedreigend, denigrerend en ronduit als misbruik en verkrachting kunnen worden ervaren.

Wat me geraakt heeft in de laatste paar dagen is dat er zinnen opduiken dat je als man niks meer lijkt te mogen, dat alles opgevat wordt als misbruik. Er worden voorbeelden gegeven over dat je vrouwen niet eens meer met een blik mag aankijken die duidelijk maakt dat je ze begeert. Wat me er in raakt is het onredelijke van hun verwijten. En ik bedacht dat ze misschien niet weten dat ze onredelijk zijn.

 

Daarom nu: Impact, een stukje over de gevolgen van seksueel misbruik.

Ik was klein, echt klein toen het misbruik begon en mijn wereld niet meer veilig was. Ik merkte dat als ik heel stil was, me verstopte en deed of ik er niet was, het soms goed ging, ik dan soms niet bij hem hoefde te komen. Maar als hij me zag, of me hoorde, dan ging het mis. Omdat ik al die dingen die er gebeurden niet kon accepteren, verdwenen ze voor het grootste deel in mijn onderbewustzijn. In de loop der tijd bleef de strategie in mijn geheugen, en de herinneringen verdwenen. De strategie, verstoppen, niet gehoord en niet gezien worden, werden een zelfstandig functionerend geheel dat eigenlijk altijd “aan” stond. De herinneringen die ik zo ijverig vergat, in mijn pogingen psychisch te overleven, werden veilig opgeslagen in mijn lijf. Elke herinnering kreeg een eigen stukje lijf, onbereikbaar als je de code niet had. De codes dat waren de dingen die direct aan de situatie van misbruik herinnerden, een gevoel, een smaak, een geluid, een kleur, een foto, een aanraking, een blik in iemands ogen, ongesteld zijn, de donkerte van de nacht, een waarneming van koud of warm of precies er tussenin, de stilte, een gebaar, het licht op de wolken op een herfstdag, de zon op mijn gezicht, het zwembad, de school, de fietsenkelder, een hand op mijn rug, iemand die me wenkt, een liedje, het rammelen van de sleutel in de deur, de deur naar de gang die opengaat en de schaduw die zich aftekent op de muur, de geur van koffie of een sigaret, het lopen naar school, een bepaalde houding, de tandarts, de dokter, de leraar, fietsen in de wind, regen op mijn blote benen, de geur van bloed, keelpijn, …, …. De lijst is langer da de lijst met voorvallen waarin ik misbruikt werd. Al die codes zijn wat men triggers noemt, de herinnering komt dan even tevoorschijn van waar het opgeslagen ligt. De meeste mensen weten amper hoe het werkt, zover weg hebben we alles opgeborgen. Veel weten niet eens waarom ze over hun nek gaan van oesters, of bevend-bang zijn voor de meest normale dingen. Het ligt niet aan die dingen maar aan wat eraan vast zit, de herinnering aan de pijn en angst. De triggers zijn zelfstandig functionerend. Je kunt er weinig tegen doen. Als je heftig getriggerd wordt kun je in de dissociatie schieten. Dat is in het kort uitgelegd, dat je de verbindig verbreekt tussen het zelf en het lijf. Of tussen het zelf en de emoties, lichamelijke gevoelens of het zelf en lichamelijke en psychische functies. Het fenomeen is te zien in de film Ice-age 2, de kleine opossums, die dood neervallen wanneer ze in (vermoed) levensgevaar verkeren. Eigenlijk maken de opossums heel veel duidelijk, ze doen het namelijk te pas en te onpas, het blijkt bijna nooit nodig, maar ze blijven het doen. Ze kunnen niet anders, het zit IN ze. En dat zit het bij slachtoffers van seksueel misbruik ook. Het zit IN ons, die reacties. De blik van een man op je borsten is nooit meer hetzelfde als je na zo’n blik verkracht werd. Het donker is nooit meer de vertrouwde vriend van vroeger rond een illegaal fikkie, als je op de terugweg van het stappen op de grond gegooid en misbruikt wordt. Oesters zijn nooit meer alleen maar zoute drab als je oraal verkracht bent. Dat doet ons lijf. Ons lijf is er namelijk voor dat wij overleven, enigzins bij zinnen blijven en verder kunnen functioneren, maar onthoudt alles voor de tijd dat we er aan toe zijn om het te verwerken.

Veel mensen die als kind misbruikt zijn vergeten dit deels of geheel. Vaak leven ze een gewoon leven tot ze in rustig vaarwater komen en zich veilig gaan voelen, dan komen herinneringen boven. Het kan ook gebeuren na het overlijden van (1 van de) daders, de geboorte van een kind, of als een kind de leeftijd bereikt waar je voor het eerst misbruikt werd. Tot het bovenkomt leven we gewoon als ieder ander, school, werk, huisje, boompje, beestje. En dat is wat het vaak zo moeilijk maakt voor anderen om te begrijpen wat er in ons gebeurt als we dan getriggerd worden. We lijken heel normaal en dat zijn we ook maar er zijn dingen die we niet verdragen. En niemand, vaak wijzelf nog het minst kan voorspellen wat dat is en wanneer dat gebeurt.
Pas toen ik mijn herinneringen terug kreeg, stukje voor stukje, kon ik die angsten ook plaatsen, samen met mijn afschuw van bepaalde mensen en dingen. In therapie leerde ik daar dan mee omgaan. Bewustwording is daarin heel belangrijk. Maar de echte onwillekeurige reacties van je lijf die gaan pas weg als je al een hele tijd veilig bent en je lijf zich daarvan bewust is. Iemand die mij onverwachts beet pakt loopt nog steeds een zeker risico, ik kan slaan als automatische reactie. Ik ben al een hele tijd een blij mens, ik heb verwerkt en geniet van mijn leven. De meeste triggers heb ik leren kennen, onderscheiden en ont-triggerd. Oftewel, ik weet dat oesters geen sperma zijn. Ik weet ook dat ik niet hoef te schrikken van mannen die naar mijn borsten kijken, meestal doen ze namelijk niks. Ik heb niet de meest heftige misbruik geschiedenis en ik begon 12 jaar geleden met bewustwording en verwerking. Ik heb mazzel, heb goede therapeuten gehad en heb mijn eigen koers uitgestippeld. Ik ben ondertussen zover dat ik echt kan ontspannen, diep en zonder nadenken. Maar dat is nog maar sinds kort zo en ik heb hard gewerkt en ladingen geld uitgegeven om dat te bereiken. Niet iedereen is zo gelukkig als ik ben in het doorlopen van het traject maar ik weet wel dat bijna iedereen die ik ken haar/zijn uiterste best doet om zo goed mogelijk te herstellen. Maar dat is minder makkelijk dan het lijkt. Hulp vinden, goede hulp bij iemand die dit thema aan kan zonder grenzen te overschrijden en zonder je in de steek te laten, is moeilijk. Hulp is duur, en lang niet voor iedereen te betalen. Verwerken duurt jaren, heftige jaren met veel verdriet en spanning en pijn. En dan komt er dus iemand langs terwijl je gewoon op je fietsje zit en die kijkt duidelijk met begeerte naar je borsten en fluit naar je. Op dat moment kom je gewoon keihard terecht in toen. En dat is niet fijn, dat is afschuwelijk, je ziet en hoort en ruikt en voelt weer wat er gebeurde. Degene die naar je fluit heeft het niet door, maar op dat moment wordt je opnieuw verkracht.

En niemand die schuld heeft aan dit moment. Degene niet die naar je fluit. Ook degene niet die een flashback heeft door die simpele blik. Het enige dat we kunnen doen is elkaar vertellen hoe het werkt.
De fluiter mag leren over hoe trauma werkt, de getraumatiseerde mag leren dat niet iedereen weet hoe het werkt. Beide mogen ze leren dat de ander waarschijnlijk helemaal geen kwaad in de zin heeft, niet uit is op wraak, niet bewust de begeerlijke vrouw of man in zichzelf verstopt, dat de ander je niet zomaar van de fiets trekt.

Ik hoop dat de #metoo actie iets van wederzijds begrip oplevert en de dialoog mogelijk blijft en zich kan verdiepen.

Vorig stukje
Volgend stukje