Verder groeien, verder werken, steeds iets beter voor ogen wat ik eigenlijk doe, waarom ik het doe en wat ik uiteindelijk wil. Dit weekend heel goed gemerkt dat delen nog altijd helpt als het even niet goed gaat met me. Ik was blij met de vrouwen die de tijd namen, me aanhoorden, me een hart onder de riem staken en een schop onder de kont gaven. Allemaal heel hard nodig.
Nu, nu is het een nieuwe dag. De zon schijnt, de belastingdienst is onbereikbaar en ik heb dus de tijd voor mezelf.
Ergens vanochtend, tussen waken en slapen, bedacht ik dat het geen zin heeft om te klagen dat mensen dingen niet snappen. Als iemand iets niet snapt dat ik uitleg, dan kan het heel best aan mijn uitleg liggen. Ik ging in gedachten mijn stukjes nog eens na. Er zijn wel stukjes die gaan over de rol van het lichaam in de verwerking maar of die nou bijdragen aan begrip over lichaamsgericht (ver-)werken, dat betwijfel ik.
Ik bedoel maar, ik schrijf over reizen in mijn lichaam, dat opeens een spoorweg met trein blijkt te herbergen, een enorme draak die een grot met herinneringen bewaakt, hier en daar een vulkaan, een Italiaanse schoonmaker met enorme bezem etcetera. Ik begrijp wel dat niet ieder mens daar weg mee weet. 
Dus ik ga het iets formeler uitleggen. 
Traumatische gebeurtenissen laten sporen na in ons lichaam. Onze hersenactiviteit verandert en zelfs genetisch materiaal wordt beïnvloed. Dat is ondertussen echt wel afdoende aangetoond door de wetenschap. Dus kan het best ook andere delen en functies van ons lijf beïnvloeden. Herinneringen worden opgeslagen in ons lijf. Nee, niet alleen in de hersenen. Ik, en veel anderen (ook wetenschappers) gaan er vanuit dat herinneringen en trauma ook op andere plaatsen worden opgeslagen. Voor degene die daar nog aan twijfelen kan het leuk om gewoon een boek te lezen wat over orgaandonatie en herinneringen gaat.

De herinneringen en trauma’s hebben invloed op ons lijf, het functioneren van ons lijf en daarmee ook op het reilen en zeilen van onze geest. Een ingewikkeld samenspel. Toch?
Of is het niet zo ingewikkeld? 
Volgens mij niet. Ik ben ervan overtuigd dat bij we niet bestaan uit verschillende onderdelen zoals Ziel, Geest en Lichaam, maar dat we bestaan uit één geheel. Het raakt je ziel, je geest en je lichaam als je een trauma oploopt.
Wat ik al heel lang niet snap is dat een zo lichamelijk trauma als misbruik of mishandeling, alleen of voornamelijk behandelt wordt met praten. 
Als je je been breekt gaan ze op de eerste hulp gewoon bezig met foto’s en gips en krukken enzo. Je mag best vertellen dat het zeer doet en zelfs dat je geschrokken bent. Maar ik ken geen arts die naast jouw gebroken been gaat zitten en zegt: vertel maar….in de stellige overtuiging dat het vertellen jouw been gaat genezen. Dat doen we met misbruik vaak wel. We mogen vertellen, we mogen huilen, krijgen als we geluk hebben wat sessies PMT en daarmee is de kous af. Ons lijf, dat lichaam wat geplet werd, geschonden is, waar in ernstige gevallen interne bloedingen, scheuren, breuken en ontzette botten aan te pas komen, daar wordt niks mee gedaan tijdens de verwerking (na de nodige eerste hulp).
Daarna wordt er gepraat en gepraat en gepraat.
Het vreemde is dat bijna iedereen wel weet dat je een misbruikslachtoffer niet zomaar moet aanraken, dat de meesten dat niet verdragen. Eigenlijk is dan toch duidelijk dat ook ons lijf heftig lijdt onder de trauma’s?
Ik weet nog dat ik het altijd goed van mezelf vond hoe makkelijk ik over het misbruik kon praten, zonder een traan te laten vertelde ik mijn verhaaltje. Mijn lijf reageerde er niet op, totaal niet. Zelfs mijn gewonde Ziel vertrok geen spier. Ik zat in de dissociatie en vond het alleen maar goed van mezelf.
Maar, als ik aangeraakt werd, door de verkeerde persoon of op een verkeerde plek, dan was het uit met het mooie masker van de aangepaste, sterke Marjolijn. Dan vluchtte ik, letterlijk vaak, zette ik mijn lijf buiten bereik. Of ik sloeg, totaal ongecontroleerd mepte ik dan richting degene die me aanraakte. En als de aanraking lief en warm en zacht was wist ik niet wat ik er mee moest, durfde ik niet meer te bewegen. Vroeger kon ik het goed gescheiden houden, zo goed zelfs dat ik me de meeste dingen niet meer herinnerde. Later, na het auto-ongeluk waarbij mijn dikke pantser aan flarden was gereden, kwam er steeds meer gevoel boven. Soms huilde ik zomaar als iemand wat liefs zei, of flipte ik totaal door de geur van viooltjeszeep. Mijn lijf namelijk, wist het nog best. Bij de zeepjes registreerde mijn neus dan ook de viooltjesgeur als alarmsignaal en mijn lijf ging vol in de spanning. In therapie werd ik aangeraakt, Therapeut legde zijn handen op mijn lijf en ik voelde dat de pijn verdween. Dat maakte dat ik hem begon te vertrouwen. De aanraking van mijn therapeut heeft gemaakt dat ik kon gaan verwerken.

Vorig stukje
Volgend stukje