Van alle keren dat mijn dader dingen met me deed heb ik alle keren gezegd dat ik niet wilde. Niet dat hij luisterde, maar dat is wat anders. Van al die keren kan ik me echter maar één keer herinneren dat ik me fysiek verzet heb. Dus ik zei: “dat wil ik niet, dat vind ik niet leuk, dat is vies” of zinnen van soortgelijke strekking, maar lichamelijk verzette ik me nooit. Dat besefte ik pas achteraf, toen ik al los van hem was. De laatste keer heb ik me fysiek verzet én hem uitgescholden en bedreigd. Daarna was het direct afgelopen.

Jarenlang heb ik me mede-schuldig gevoeld, niet alleen schuldig omdat hij me vertelde dat het mijn schuld was (“jij hebt me opgewonden, nu moet jij het maar zien te verhelpen”), maar ook omdat ik dacht dat het al eerder afgelopen zou zijn geweest als ik me eerder lichamelijk had verzet. Wat heb ik me daar schuldig en ellendig over gevoeld! Totdat ik dankzij mijn werk in aanraking kwam met de term “bevriezing”. Wezens kunnen in geval van doodsgevaar bevriezen (zie ook mijn stukje Verzet). Ik bevroor vroeger dus ook. Zelfs ademhalen deed ik vaak niet, of zo lichtjes dat niemand het merkte (hoopte ik).
Bij het verwerken van het misbruik dissocieerde ik terug naar de tijd dat ik misbruikt werd. En ook dan, zelfs in de veilige handen van mijn therapeut, bevroor ik. Dus werd in therapie ademhalen een soort eerste gebod: blijven ademhalen, wat er ook gebeurt. Een heel praktisch advies omdat het niet zo fijn is zonder lucht. Maar het deed veel meer, het maakte dat ik me bewust weer ging bewegen: lucht naar binnen halen, zover mogelijk naar beneden laten gaan en weer uitademen (moest me soms ook worden gezegd!). Op het moment dat ik adem haalde en me dus bewust werd van het hier en nu was de bevriezing over, eerst langzaam, hoe vaker ik het deed, des te sneller werkte het. Dieren hebben dit mechanisme van bevriezing ook, maar wanneer het gevaar voorbij is gaat een beestje trillen en shaken. Ziet er wat raar uit, maar na een paar minuutjes gaat het beestje gewoon verder met waar het mee bezig was. Mensjes doen dit zelden.
We beheersen ons, gaan niet schudden en trillen maar blijven in een soort halve schijnbare dood hangen waarin groei moeilijk is.

Günter Grass schreef het boek “Die Blechtrommel”, het werd verfilmd. Ik heb de film gezien, de deels gruwelijke beelden staan nog op mijn netvlies gegrifd. Maar goed, het gaat over een jongetje dat de wereld van de volwassenen te erg vindt. Op een dag neemt hij het besluit niet meer te groeien. Hij wilde gewoon echt niet volwassen worden en bekeek de wereld, zijn wereld, liever als kind. Mij is altijd bijgebleven dat het jochie niet meer groeide, omdat hij dat gewoon niet wilde. Iedereen zei dat dat natuurlijk niet kon, maar ik geloofde dat het wel kon. 
Elke dag zijn er kinderen die voor het eerst met de gruwelijke werkelijkheid van het leven, hun leven, kennis maken. Op 1001 manieren leren ze hun verschrikkingen kennen. De meesten van hen besluiten ter plekke om niet in hun wereld te willen blijven en verlaten de realiteit, door niet te voelen, niet te horen, niet te zien, niet aanwezig te zijn of niet alleen te blijven. Ze scheppen hun eigen werkelijkheid. En allemaal houden ze voor een deel op met groeien. Net als de kleine Oscar in Die Blechtrommel.

Ook ik ben gestopt met groeien, vluchtte in mijn eigen wereld van dromen en grootse fantasieën. Ik zou beroemd worden, een wereldberoemde zangeres worden, mensen redden en alom geliefd zijn. En soms liet ik anderen míj redden, grote stoere motorrijders die me beschermden en lief tegen mij waren. In de pubertijd kwam daar duidelijk de invloed van de toen populaire Bouquetreeks bij, met breed geschouderde mannen en tere heldinnen. Ondertussen ging ik gewoon naar school, hielp bij de afwas, speelde avondenlang badminton en basketbal, kreeg een vriendje en lag met vriendinnen flauw van het lachen om helemaal niks.Heel normaal allemaal. En niemand wist dat er ondertussen een stuk van mij niet meegroeide, zelfs ik niet. Later kwam ik al die stukjes Marjolijn tegen, stukjes van een heel normaal klein meisje die achter waren gebleven in de tijd dat ik misbruikt werd. Allemaal vertelden ze hun eigen verhaal over bevriezing.
Ik heb ze helpen ontdooien, de angst achter zich te laten, weer tot leven te komen en te genieten van het leven.

Vorig stukje
Volgend stukje