Als ik iets heb moeten leren, is het geduldig zijn. Vroeger merkte ik het nooit zo, maar eigenlijk ben ik nogal ongeduldig. Als ik iets doe, dan moet het snel. Gewoon doorgaan tot het af is en dan rap verder met het volgende. Het viel me voor het eerst op toen we onze eerste internetaansluiting kregen en het soms echt minutenlang duurde voor er een pagina geladen was. Dat was toen het internet nog in de kinderschoenen stond en het allemaal niet zo vlot ging als nu, razend kon me dat maken. In mijn werk had ik geduld genoeg, jarenlang met iemand bezig zijn om dan een heel klein beetje vooruitgang op te merken was geen probleem voor me. Een cursus volgen op vraag van de baas en dan 5 jaar hard werken en knokken voordat het gebruikt werd, was iets dat er bij hoorde. Maar internet liet me proeven van mijn eigen ongeduld. Hoe sneller het net werd, hoe ongeduldiger werd ik er ook in, want als het razendsnel kan, wil ik het nog net wat sneller. Ik ben nu iets rustiger maar nog steeds moet ik soms even wat anders gaan doen uit pure frustratie. Toen ik de verwerking in gelanceerd werd had ik dus ook een groot doel: de verwerking afronden, en het liefst heel snel. Nou hoorde ik daar verschillende verhalen over en ik snapte ook wel dat iets dat je meer dan 40 jaar meedraagt, niet in een nachtje, of een jaartje klaar is. En toch wilde ik het zo snel mogelijk achter me laten, want ik wilde Leven. Toen mijn Belgisch vriendinnetje me vertelde dat het echt wel 10 jaar ging duren ontplofte ik zowat, dat ging ik dus echt niet doen, zolang. Om een lang verhaal kort te maken, op dit moment ben ik 12 jaar verder en ik denk wel dat ik verwerkt heb wat er vroeger met me gebeurd is. 12 jaar waarvan ik driekwart jaar psychotherapie heb gehad, ruim 5 jaar craniosacraaltherapie, veel cursussen heb gedaan die bijdroegen aan persoonlijke ontwikkeling en veel lotgenotencontact had.  In al die jaren heb ik natuurlijk veel met mensen gepraat over wat hun geholpen heeft. De antwoorden zijn zo verschillend als de hoeveelheid druppels in de oceaan. Maar bij bijna iedereen heeft het veel tijd gekost, heel veel tijd. En dus ook heel veel geduld, vooral met zichzelf. Het kan zo moeilijk zijn om precies te weten wat er gebeurd, in welke fase je zit en te weten waar het heen moet, maar niet verder te kunnen. Ik had dat vaak als er een herinnering zat aan te komen, ik leerde het voelen, alsof het op kousenvoetjes naderbij sloop en ik het kon zien in een hoekje van mijn oog. Herinneringen die ik nodig had om mijn triggers, angsten en boosheid te gaan begrijpen en te kunnen verwerken. Maar herinneringen zijn ook eng, je weet nooit wat er in je hersens terug komt. Sommige herinneringen kreeg ik eigenlijk liever niet terug, vooral die waar je niks mee kunt, flitsen van donkerte, angst en doodspaniek. En hoewel ik telkens weer bang was voor wat er zou bovenkomen, wist ik ook dat het nodig was en was ik ongeduldig, ik wilde de herinnering wel naar mijn bewustzijn toe duwen. Dat werkt niet, maar proberen kan altijd.
Je zou denken dat ik dus in die 12 jaar geduld geleerd heb. Dat blijkt maar deels waar. Ik heb meer geduld met mezelf als het gaat om dingen die ik emotioneel moeilijk vind. Maar mijn laptop loopt nog regelmatig gevaar op vliegles en het ongeduldigst ben ik als ik dingen wil leren doen, dingen wil voelen, meemaken. Nog steeds is er een soort honger naar meer voelen, meer ervaren, meer Leven. De gretigheid waarmee ik sommige dingen beleef verbaasd mezelf nog al eens. Ik stort me opeens hals over kop in dingen die ik eerder alleen maar als eng of als niks voor mij kon labelen. Dat heb ik eindelijk kunnen loslaten, ik ben niet bang meer om te sterven en ook niet om te leven, ik ben niet bang meer voor de pijn en ook niet voor de vreugde.

Ik denk soms dat ik nog steeds aan het inhalen ben, aan het compenseren voor een leven dat ik vanuit angst leefde, nu eindelijk voluit, eindelijk ademhalen tot in mijn tenen. 

Maar misschien heeft het niks te maken met compenseren.

Misschien is dit juist wel wat Leven is.

 

 

 

Vorig stukje
Volgend stukje