Ik ben altijd wel een redelijk ontspannen mens geweest, vond ik. Ik maakte me wel eens druk over dingen maar toch, ja, redelijk ontspannen. Bullshit natuurlijk. De eerste sessie bij de craniosacraaltherapeut heb ik zo mijn best gedaan om te ontspannen, mijn lijf stond er stijf van…. Mijn therapeut zei dat ik mocht ontspannen maar dat het niet hoefde. Ik zei natuurlijk dat ik ontspannen was en hij ging kijken of dat klopte. Hij tilde mijn arm op, zei tegen mij dat ik mocht ontspannen en liet mijn arm los. Mijn arm bleef gewoon in de lucht hangen. Voor mij niet zo gek, maar volgens hem was het een teken dat ik niet ontspannen was. Dat snapte ik wel, maar het voelde alsof ik er niks voor deed. Spanning helpt. Spanning houdt herinneringen weg, verborgen. Spanning zorgt er voor dat al die gevoelens geen kans hebben, dat ze niet gevoeld worden. Spanning zorgt ervoor dat we ons veiliger voelen, we kunnen direct reageren op dingen die gebeuren, op gevaar dat aangeslopen komt. Spanning houdt ons lijf bij elkaar, en onze geest. Mensen met PTSS schrikken vaak van elk geluid, van elke stilte, elke onverwachtse beweging, van dingen die opeens gebeuren. Overal van. Onze spierspanning is hoog, we zijn klaar om te vluchten, te vechten, te bevriezen of te dissocieren. Altijd op alles voorbereid, altijd het ergste verwachtend. Altijd gespannen, altijd bang. Het zit in je hele structuur, in je lijf, in je geest, in je ziel en letterlijk alles in ons is er mee bezig. Ontspannen gaat tot op zekere hoogte. De basisspanning blijft. Altijd. Soms bedacht ik, terwijl ik in bed lag, dat ik mijn hoofd wel op het kussen kon neerleggen in plaats van het in de lucht te houden. Soms bedacht ik dat ademhalen handig zou zijn. Altijd die spanning. Het is doodvermoeiend. Bek af wordt je er van als je het een keer doorhebt. Hoe meer je snapt wat je doet, hoe vermoeiender het wordt. Altijd alles in de gaten houden, alles weten. In de Mesdagkliniek was het handig, daar hielp het me om veilig door de dienst te komen. Iedereen heeft daar altijd alles in de gaten en dat is maar goed ook. Maar later, tijdens de verwerking, begon het me in de weg te zitten. Spanning laat niet toe dat verdrongen herinneringen naar boven komen. En ik wilde die herinneringen. En ik wilde rust, ontspanning. Therapeut had een voorstel, hij zou mijn spanning overnemen. En dan kon ik gewoon eens liggen, veilig op de massagetafel, met de gordijnen dicht en hem als veiligheidsgever. We wisten niet eens precies hoe dat moest maar we gingen proberen. En ik liet al mijn spanning naar zijn handen stromen (kwestie van leren visualiseren en oefenen, dan lukt dat best). Hij stroomde vol spanning en dat voelde ik ook, ik zag zijn lijf veranderen en ik voelde dat er bij mij wat vreemds gebeurde, alsof er ruimte in mijn lijf ontstond.   Op gegeven moment was het genoeg en ik mocht er van gaan genieten. Verder hoefde ik niks. Hij zat naast me, mijn handen in de zijne en hij tjokvol spanning. So weird. Wat een vreemd gevoel. Ik merkte dat er niks engs gebeurde als ik de spanning los liet en dat was heel goed om te merken. Na een tijdje kreeg ik mijn spanning terug (want ja, die had ik natuurlijk nog steeds nodig) en therapeut kon ontspannen. Het was best heftig om al die spanning terug te krijgen en leuk vond ik het niet.Ik nam me dus voor om wegen te vinden om de spanning los te laten.

 

 

 

Vorig stukje
Volgend stukje