De pijn van mijn lijf door het ongeluk verdween heel snel door de craniosacraaltherapie.
Het was een vreemd soort therapeut, vond ik.
Ik was gewend aan oefentherapieën als fysio, mensendieck, oefentherapie cesar, enzovoort.
Maar deze man liet me alleen gewoon maar liggen en hij deed het werk.

Op een dag zei hij: heb je er een voorstelling van hoe het er bij jou van binnen uit ziet?
Nee dus, ik snapte de vraag niet eens echt.
Hoezo van binnen uit ziet?
In mijn lijf?
Daar zijn botten, stroomt bloed, zitten zenuwen en organen.
Hij stelde me voor om eens van binnen te gaan kijken.
Mijn opgetrokken wenkbrauwen negeerde hij maar en ik hield mijn scepsis binnen.
Ik was in die tijd nogal nuchter, maar ja, hij was wel de therapeut die er voor zorgde dat de pijn weg was.
Dus okee, gaan we bij mij in mijn lijf kijken.
Ik heb ooit vroeger de film “Fantastic voyage” gezien over mensjes die compleet met duikboot, verkleind werden en op reis
gingen door een menselijk lichaam om daar wat dingen te repareren.

Trailer van de film “Fantastic voyage” (1966)

Een duikboot leek me plagiaat, dus ik fantaseerde een treintje waar ik mee door mijn lichaam zou reizen.
Tot zover had ik alles prachtig onder controle (erg belangrijk voor me in die tijd), mijn therapeut had zijn handen
gewoon op mijn buik en onder mijn rug.
Ik stap dus in dat treintje.
Het vreemde was dat er zich een landschap ontvouwde.
Er liep een smalspoorrails voor mijn treintje door de heuvels.
Helemaal niet de bloederige kliederbende van weefsel en bloed dat mijn hersenen zich voor hadden gesteld, nee, een prachtig
landschap zoals op de ansichtkaarten uit Zwitserland.

Enfin, ik cross met dat treintje door de heuvels, staat er opeens een kist, een eindje van het spoor af.
Een kist zoals ze vroeger als koffer gebruikten voor op reis.
Nieuwsgierig als ik ben stapte ik uit de trein en liep naar de kist.
Ik wíst dat er gelazer van zou komen maar wist ook dat ik het gewoonweg móest doen.
Dus ik open die kist.
Daar lagen wat verfomfaaide herinneringen die ik al kende.
Ik wilde ze niet echt bekijken, ik kende ze al en tegelijkertijd was ik er bang van.
We hebben ze even bekeken (de therapeut wilde natuurlijk ook weten wat het was in die kist) en ik heb ze daarna terug
gelegd zonder emoties erbij te voelen.
Zo, gewoon fijn terugleggen, die overbekende, uitgekauwde herinneringen!
Kist dicht.
Slot erop.
Sleutel mee en klaar.
Terug naar de trein.

De volgende reis begon bij de kist.
Het was een kort reisje.
Er was een prachtige waterval, van mijn hart naar mijn buik, de beek stroomde voorbij de kist, die nog net zichtbaar was
in de heuvels.
We kwamen bij een wat ruiger terrein.
De heuvels werden hoger en kaler.
Daar was een grot, een donkere grot die tegelijk groot én klein scheen te zijn.
Het was donker en eng maar ik wist dat ik erheen moest.
Ik liep er heen, met lood in mijn schoenen maar gedreven door iets dat belangrijk voelde.

Opeens was daar de Draak.
Vlak voor me, tussen mij en de grot verrees hij, van klein werd hij opeens, vloeiend, groot.
Niet een beetje groot, maar echt groot-groot.
Groen en geel, vuurspuwend en alert belemmerde hij me de toegang tot mijn grot!
Ik schrok me rot en tegelijk was ik boos en verdrietig.
In het echte leven hou ik erg van grotten.
Ik vind ze prachtig, ze zijn daadwerkelijk toegang tot het verre verleden, geven ons een kijkje in het leven van lang geleden.
Dat mijn grot me precies dat zou geven wist ik toen natuurlijk nog niet.
Want de Draak ging niet aan de kant, nog geen centimeter en ik mocht alleen
maar om een hoekje kijken en een stukje herinnering meepakken dat ik niet eens kon bekijken op dat moment.

Dat mijn reis naar binnen nog maar net was begonnen wist ik niet.

Vorig stukje
Volgend stukje