Iedereen speelt af en toe, of wat vaker, een rol. We kunnen in deze maatschappij niet anders meer. Tenminste, we denken dat we niet anders kunnen. Mijn lotgenoten en ik zijn natuurlijk super goed in spelen van rollen, ons anders voor doen dan we zijn. Want, we moesten immers doen alsof we gelukkig waren, alsof het ons goed ging. Anders vroegen mensen wat er was en hadden we moeten vertellen over het misbruik of de mishandeling. En dat was gevaarlijk.
We leerden dus onze rol te spelen, om ons beter voor te doen dan we ons voelden. Dat werkt vaak heel goed, de meeste van ons functioneren prima, op school, thuis, op het werk, met de kinderen. Overal, behalve in de spelonken van onze gedachtes, daar waar om het hoekje de angst op de loer ligt, de donkere zelfverwijten en het eeuwige gevoel van tekort schieten, niet goed genoeg te zijn. Daar, in die grotten van afkeer voor onszelf, komen we alleen als we niet anders meer kunnen, als we te moe zijn, verdriet in golven door ons lijf klotst of we ondermijnd zijn door nieuwe trauma’s. Dan gooien we de bende weer dicht met de geruststelling van de façade.
En we gaan gewoon verder. In mijn geval deed ik mijn werk, in de psychiatrie, vrijwilligerswerk in een jeugdcircus en ik had wat verhuizingen. Het ging allemaal goed. Zelfs toen ik een ongeluk kreeg waarvan ik de gevolgen na 20 jaar nog steeds voel, bleef het zorgvuldig aangebrachte rookgordijn op de plaats. Ik nam beslissingen, regelde, en zorgde voor mijn revalidatie. Mijn rol, zo zorgvuldig maar onbewust opgebouwd, bleef gewoon intact.

Pas tijdens het verwerken ging die rol aan diggelen, soms was er weinig van me over. Gelukkig woonde ik ver weg, afgelegen, zat in de ziektewet en vermeed sociale contacten. Ook al voelde ik me vaak bagger, aan de buitenkant bleef ik gewoon mensen helpen, deed een opleiding en de facade bleef nog best een beetje overeind. Totdat ik zo ver was dat ik geen rol meer wilde spelen. De heftigste verwerking was voorbij en ik wilde bij mezelf blijven. Niet meer doen alsof. Dat valt niet mee, na zoveel jaar. Het was alsof ik een vastgeroeste remleiding probeerde los te maken, millimeterwerk, voorzichtig en toch doorzetten.  Het loonde zich echter, steeds meer voelde ik wanneer ik alleen maar een rol speelde, alleen de buitenkant liet zien. Het heeft een hele tijd geduurd en ik ben op zijpaden terecht gekomen waarvan ik achteraf denk: Hoe kon ik denken dat ik dat werkelijk was? Maar ook die ervaringen hebben me duidelijkheid gegeven over wat ik wel en niet ben, voel, wil, verlang.
Er zijn dingen die ik nooit meer wil, waarvan ik ontdek dat ik alleen maar vond dat ik ze leuk moest vinden en moest doen. Die doe ik dus niet meer.  Ik doe leuke ontdekkingen over mezelf. In mijn rol van hulpverleenster en aanpakster was vrouwelijke kleding nou niet echt handig. Probeer maar eens iemand die niet wil, te isoleren, in een kort rokje en op pumps. Nu merk ik dat ik het fijn vind om in jurkjes te lopen en op hakken, ik doe regelmatig dingen waarvan ik nooit gedacht heb dat ik ze zou gaan doen.
Natuurlijk ben ik niet rollen-vrij, dat zijn denk ik maar heel weinig mensen. Maar het keurslijf is afgelegd en wat voelt dat heerlijk!

Ik geniet, van de vrijheid die dit alles me oplevert. Vrijheid in mezelf, in mijn gedachten, in mijn zijn.

Vorig stukje
Volgend stukje