Ik ken veel mensen die bezig zijn (of zijn geweest) met hun trauma’s.
Soms weten ze heel goed wat er aan de hand is, hoe het trauma eruit ziet, waar het gebeurd is, hoe het voelde,
en hoe het nu hun leven beïnvloedt.
Soms, maar lang niet altijd.
Veel weten alleen maar dat ze zich niet fijn voelen, dat er iets met hen is en ze weten niet wat, kunnen het niet plaatsen,
vinden zichzelf raar en voelen dingen die andere mensen niet herkennen.
Er zijn er dan ook nog die wel weten wat er ongeveer aan de hand was, maar verder niet echt gevoel erbij hebben en de details
zijn verdwenen.
En dan zijn er de mensen die vanuit het niks opeens een herinnering krijgen die hun trauma’s duidelijk maakt.
De een kan zeg maar meteen aan de slag met het trauma op zich, de ander moet langdurig zoeken en voelen voor er iets bovenkomt.

Vanaf dat ik me kan herinneren heb ik altijd geweten dat ik misbruikt ben.
Ik had er weinig herinneringen aan en ik prees mezelf gelukkig, er was niet veel gebeurd en ik kon er mee omgaan.
Het waren heel nare herinneringen hoor maar het ging wel.
De invloed die het had, had ik keurig in de gaten en na wat verkeerd uitgevallen pogingen wist ik wat ik wel en niet moest doen
om te voorkomen dat het me weer zou gebeuren.
Tot zover de tamelijke naïeve gedachtes die ik had over mijn trauma’s.

De realiteit was toch wel wat anders, maar daar kwam ik pas achter toen ik 43 was.
Er bleek meer gebeurd te zijn en de dingen die ik me toen begon te herinneren waren toch wat moeilijker te verhapstukken dan
degene die ik gewoon onthouden had.
Dit was een heel moeilijke tijd, ik wist, voelde, merkte, dat er meer was, meer herinneringen, meer dingen waarop het invloed had,
nog steeds had.
Het was heel lastig om die herinneringen toe te laten en een flinke tijd dobberde ik rond op de manier die veel lotgenoten zullen
herkennen: weten en voelen dat er meer was maar ook ontkennen dat er meer was, logische redenaties er op loslaten om vooral maar
te kunnen blijven zeggen dat je het je wel in zult beelden.
Lezen van boeken, die allemaal zeiden dat een kind zich niks kan herinneren van voor het tweede levensjaar, gelukkig weer iets
om me aan vast te klampen, zie je wel, dat kan niet, dus kan de rest ook niet.
Ik was zo dankbaar voor de boeken die me vertelden dat ik het me inbeeldde, al betekende het dat ik mezelf voor gek verklaarde,
omdat ik zulke dingen blijkbaar wilde verzinnen…

Maar, dat gevoel hè, mijn lijf dat steeds harder begon te protesteren tegen de dingen die me triggerden, mijn lijf dat zich steeds
meer begon te herinneren.
De meest normale dingen maakten me in de war of bang en deden iets met me waar ik compleet van overstuur raakte terwijl er
objectief gezien niks aan de hand was.
En toen kwam ik een boek tegen dat me duidelijk maakte dat ik niet de enige was.
Het vertelde over mensen die zich heel best dingen konden herinneren van voor hun tweede jaar.
Geen herinneringen zoals andere mensen dat hebben, met een begin en een einde, met duidelijke beelden, met geluid en gevoelens.
Nee, stukjes, hapjes, beelden die al weer weg waren voor ik goed kon kijken wat het nou eigenlijk was.
Geen geluid, behalve dat van mijn gedachtes, geen gevoel, alleen angst.

Op het forum bleek dat er veel meer waren zoals ik.
Niks echt weten, alleen flarden van herinneringen.
Niet plaatsbaar in tijd, niet in gevoel, niet eens in woorden te vangen (later leerde ik dat dat logisch is, als je nog geen
woorden kent kun je geen woorden geven aan herinneringen, maar natuurlijk wel gevoelens en emoties daarover hebben).

Het was zo verwarrend voor me.
Ik wist (met mijn gevoel), dat als ik zou willen, als ik ooit zou durven, dat er meer dingen boven zouden komen.
Maar dat is zo eng.
Tijden heb ik geworsteld om de herinneringen er onder te houden, doodsbang om de confrontatie aan te moeten.
Dat was een pijnlijk proces, mijn lijf bleef pijn doen, bleef aangeven dat ik er wat mee moest.
Mijn verstand bleef zeggen dat het wel mee zou vallen en dat het allemaal niet kon.
Mijn gevoel, intuïtie, zelfhelend vermogen, innerlijk genezer, hoe je het maar wilt noemen, bleef zeggen dat het zeer zou doen,
maar dat het beter zou worden.

Ik wist dat ik er door zou moeten om het los te kunnen laten en uiteindelijk waagde ik het erop.
Op het forum hadden we het dan over de sprong in het diepe.
En diep was het.

Eenmaal gesprongen is er geen weg terug, net als in het gewone leven pakt de zwaartekracht je en zorgt ervoor dat je op de
bodem komt.
En daar, op die bodem kon ik gaan herinneren en her-beleven.
Herinneringen kwamen boven, met de pijn, de wanhoop, angst, verdriet en soms snel-weer-verdwijnend een stukje boosheid.
De bodem was erg.
Het was er donker en koud en eenzaam.
Het enige voordeel aan de bodem was dat ik wist dat het niet dieper werd.
En, als het echt even niet meer wilde, als ik niet verder kon, dan keek ik omhoog, naar daar waar de put ophield diep te zijn
en er weer een normaal leven mogelijk zou worden.
Elke nieuwe herinnering had hetzelfde proces, een tijdje voelde ik me goed, en dan kwam er een onbestemd gevoel van onbehagen,
kreeg ik weer meer last van mijn lijf (in alle variaties), werd ik bang voor nog meer dingen die alleen in mijn verbeelding
bestonden, werd ik nog verdrietiger en wilde niet meer naar therapie.
Verwerken is een proces van gevoel en toelaten, maar wat was ik dankbaar voor mijn gezond verstand en doorzettingsvermogen.
Want hoe moeilijk ook, ik ging naar therapie, vol weerstand, angst en boosheid-op-mijn-therapeut.
Het zorgde ervoor dat ik doorging en open bleef voor de rest van mijn eigen verhaal en mijn herinneringen.

De laatste tijd kom ik steeds meer vrouwen tegen die mijn verhaal vertellen dat ook hun verhaal is, die soms niks meer wisten,
soms een klein beetje, soms zelfs veel, maar bijna altijd die twijfel, altijd het niet willen dat het waar is, het verzet
tegen de werkelijkheid van vroeger, verzet tegen gevoelens.
Het is zo moeilijk om voor jezelf te accepteren dat het waar is, dat de papa, mama, oom, tante of leraar daadwerkelijk die
dingen met je gedaan heeft, jouw jeugd geschonden heeft en dat jij een van die mensen bent die moeten leren omgaan met trauma.
Het is moeilijk te beseffen dat iemand waar je vroeger van hield, waar je om gaf en die jou had moeten beschermen,
“de man in de bosjes” bleek te zijn waar je altijd voor gewaarschuwd werd.
En de vraag is altijd: hoe kan ik mezelf geloven?
Hoe weet ik dat het waar is, hoe krijg ik 100% zekerheid.
Ik ken iemand, een vrouw, die trok de stoute schoenen aan en vroeg haar vader of hij haar misbruikt had.
Hij gaf het direct toe.
Veel mensen hebben die mogelijkheid niet, de dader(s) is/zijn overleden of er is geen contact.
En wat betekent het als de dader ontkent, kun je dat geloven terwijl je toch zo voelt dat het waar is?
Vaak zwijgt heel de omgeving, de familie, buren, vrienden, over wat ze weten of denken.
De meeste mensen ontlopen de confrontatie tussen dader en slachtoffer liever en laten dus het slachtoffer in onwetendheid
en in de kou.

Hoe krijg je de waarheid boven tafel?
Door de sprong te maken, door jezelf innerlijk toestemming te geven te gaan herinneren, door je verstand te laten communiceren
met je gevoel.
Vaak is de angst zo overheersend dat we daar bijna niet aan voorbij kunnen kijken.
Dan is je verstand een mooi hulpmiddel, want: als er niks gebeurd is, hoef je er niet bang voor te zijn; als er wel wat gebeurd
is kun je het beter maar weten want dan kun je er mee aan de slag.
Ik ben altijd heel benieuwd wat mensen helpt om de sprong te durven maken, om hun herinneringen onder ogen te kunnen gaan
zien.

Vorig stukje
Volgend stukje