“Voor mensen die hebben moeten leven met een groot geheim dat ze niet mochten, niet konden, vertellen is het delen van het geheim heel moeilijk. Voor mij was het wel moeilijk maar ik vertelde het altijd als ik een nieuwe relatie kreeg. Dat haalde heel wat drempels en angsten voor mij weg. Ik vertelde niet uitgebreid maar gewoon, vrij zakelijk wie en wat. Kort, to the point en vooral zonder gevoel.

 

Maar het praten bleef beperkt tot deze mannen, zelfs mijn familie wist het niet. Pas later, toen ik de dertig naderde, was er een moment waarop ik voelde dat het nodig was mijn familie precies te vertellen wat er was gebeurd, vroeger. Ook toen, kort, zakelijk, duidelijk en nu kon ik mijn grenzen aangeven rondom contact met de dader. Pas veel later, toen ik me meer begon te herinneren, werd het noodzakelijk om te vertellen wat er gebeurd was, precies, soms in detail, maar altijd met emoties erbij. Noodzakelijk omdat ik daarmee de spoken van vroeger los kon laten en de nachtmerries konden verdwijnen. Het heeft me heel veel moeite gekost. Er zijn nog steeds dingen die ik me herinner die geen ander mens weet (de dader wel maar die is dood). Maar de dingen die nodig waren om verteld te worden, die zijn verteld.

Ik ben niet zo goed in dingen vertellen die mijn ziel gekraakt hebben. Bij sommige mensen helpt het dan als ze gaan zingen, of stemwerk doen. Ik snap het concept en vind het prachtig. Behalve voor mij. Stemwerk triggert me. Nog steeds, tot afgelopen donderdag kon ik zelfs niet aanwezig zijn bij sessies stemwerk. Ik kan zingen, dat heb ik geleerd, in een groep die het leuk vindt om te zingen, twee keer per jaar, heerlijk vrij-uit zingen en genieten van de samenzang, het samenzijn en van dat ik het kan, dat ik me kan laten horen (in een groep nog wel) en dat die anderen geluid mochten maken zonder dat ik helemaal stuk ging. Want geluid horen is net zo erg als mezelf laten horen. Ik weet nog steeds niet waarom. Maar ik weet wel dat ik afgelopen donderdag voor het eerst niet weg liep, niet stuk ging en hier en daar zelfs wat mee-gebromd heb. Verschrikkelijk, al die geluiden en al die mensen die geluid voortbrengen dat niet herkenbaar is als woorden of zang. Het triggerde me maar ik bleef, bij deze onverwachte, zo ongewenste stemwerksessie. Ik wist dat ik mocht blijven, niets hoefde, dat ik stuk mocht gaan als ik dat nodig vond, maar dat ik ook gewoon mocht blijven zijn wie ik ben. Ik wist ook dat al die geluiden niets met mij te doen hadden, dat ik erbuiten stond, dat het hun geluid was en ik niks hoefde.

 

 

Soms zijn alle systemen te ingewikkeld om te begrijpen, zelfs al gaat het over mijn systemen. Maar dat belet me nu niet meer om er anders mee om te gaan. Ik leer niet bang te zijn voor het geluid van een ander, hoe dichtbij de ander ook is. Ik loop niet meer weg voor geluid en leer langzaam mijn mond en keel open te zetten, eruit te laten komen wat er komt en het te laten voor wat het is, gewoon geluid, verder niks.”

Vorig stukje
Volgend stukje