Ondanks dat ik dissocieerde moest ik vechten, vechten om overeind te blijven. Ook het kwijtraken van herinneringen kost kracht, blijkbaar. Het niet voelen van de pijn en de emoties kost kracht. Het niet toegeven aan de angsten kost kracht. Ook al merkte ik het niet terwijl ik het deed, veel van mijn kracht is daaraan opgegaan. Ik vocht tegen de herinneringen. Ik vocht om overeind te blijven in de voor mij zo vijandige wereld.Ik ben opgevoed met de overtuiging dat mensen goed zijn, dat ze in principe de ander geen kwaad doen. Mijn ervaringen waren al heel anders en dat ging wringen. Op school werden mijn broer en ik gepest, geschopt, geslagen. De meeste leraren stonden erbij, keken ernaar en lieten het gebeuren. Sommige leraren gaven  ons straf als we terug sloegen. Ik leerde dat ik van volwassenen geen hulp kon verwachten.
En eigenlijk wist ik dat ook al wel.

 

Vreemd genoeg vond ik het misbruik normaal. Dat kwam misschien ook wel omdat hij altijd zei dat het normaal was en dat ik me niet moest aanstellen.Het kwam niet in me op om het er met mijn ouders over te hebben. Mijn ouders vertelden altijd dat als twee mensen van elkaar houden, ze seks gaan hebben en dan komen er kindjes en het is allemaal prachtig en goed. Mijn conclusie was natuurlijk dat wat hij met me deed, geen seks was. Tot ver in mijn pubertijd had ik dus ook niet door dat ik seksueel misbruikt werd. Wat hij met me deed, was vervelend en ik wilde dat het ophield en zo, maar het was gewoon deel van mijn leven, niks bijzonders, het gebeurde blijkbaar met iedereen, zo gewoon dat niemand het erover had. Het was mijn redenering van toen, ik snap nu niet meer dat ik zo gedacht heb, dat ik niet snapte wat hij deed. Maar vroeger was het voor mij zo helder als glas. 

 Op mijn zestiende ‘vocht’ ik tegen hem. Dat was een van de betere gevechten! Hij was langsgekomen en viel me lastig. Hij maakte een opmerking die maakte dat vanuit mijn tenen een woede omhoog kwam die ik niet kon en niet wilde tegenhouden. Ik heb me losgemaakt van hem en ik heb gigantisch gevloekt en gescholden, in puur en zuiver Rotterdams, dus duidelijk was ik ook nog. Ik heb hem verteld dat als hij ooit nog aan me zou zitten, of dingen tegen me zou zeggen, ik de hele wereld zou vertellen wat hij met me gedaan heeft.De héle wereld. Daarna heb ik hem nooit meer gezien maar tot na zijn dood (nog maar een paar jaar geleden) heb ik gevochten tegen de angst hem nog eens te ontmoeten. 

Ik heb lang gevochten tegen de herinneringen en gevoelens, en gevochten om overeind te blijven. Toen ik opeens een herinnering terugkreeg, veranderde het vechten. Ik vocht om grip te krijgen op de vage beelden, indrukken, mijn verwarde gevoelens, mijn angsten. En ik vocht om te gaan voelen, om toe te staan dat ik kon gaan voelen, de blokkades te doorbreken (daarover later meer). En toen ik voelde, eindelijk voelde, hield ik op met vechten. Stapje voor stapje. Ik leerde dat ik kan kiezen of ik vecht. Voor mij was het altijd een automatisme geweest. En zoals vaak zijn het de kleine dingen die veel veranderen, in mijn geval iemand die tijdens een sollicitatiegesprek aan me vroeg of ik niet genoeg had van het vechten met onwillige patiënten, of ik niet liever rustiger werk zou doen waar ik kon genieten van het contact en de verbinding. Het was geen éénmalige keus, ik heb hem heel vaak moeten maken. In mijn werk, om inderdaad iets te gaan doen waar ik niet fysiek de strijd aan moest gaan, maar ook in mijn privéleven en met mijn gevoelens. Niet meer vechten tegen de angst, niet meer vechten tegen de hoop, en het vertrouwen en geluk, me niet meer verzetten tegen genieten.

Het is bij vlagen nog steeds moeilijk.
Het helpt om me bewust te zijn dat ik een keus héb, telkens weer.
Niet al mijn angsten zijn weg, mijn neiging om met vechten mensen bij me weg te houden is er ook nog.
Maar ik kan nu ook kiezen om niet te vechten en jeetje, wat voelt dat goed!

Vorig stukje
Volgend stukje