Veiligheid heeft voor mij vele betekenissen gehad. Veelal zat er een bijsmaakje aan als het ware, veilig maar … altijd op mijn hoede, altijd alert. Het altijd alles weten, in de gaten hebben, geeft veiligheid. Vroeger, toen ik klein was en mijn dader regelmatig langskwam, “vergat” ik heel vaak dat hij mij nare dingen aandeed en moest dat zwaar bekopen. Dus ik leerde wel om hem in de gaten te houden. Thuis was ik veilig, maar niet als hij er was. Ook de stemming van voor mij belangrijke mensen hield ik in de gaten om te weten wanneer ik uit de buurt moest gaan. Op school, met het pesten en in elkaar geslagen worden, wist ik altijd precies waar die ene meester was die ons hielp als het weer mis ging. Ik leerde dat veiligheid te krijgen was als er veel mensen bij elkaar zijn, dan is er altijd iemand die je helpt. Dus keek ik altijd wie er waren en waar en hoe die waren. Alles weten was veiligheid. Later werd het gezelschap van anderen een garantie voor veiligheid. Als er maar een grote, sterke man was die me zou helpen, dan zou ik veilig zijn. Dat werd ook regelmatig duidelijk als ik weer eens lastig werd gevallen in een kroeg of de disco. Grote, sterke vrienden, het liefst een stuk of wat, zorgden er voor dat ik niet bang was om uit te gaan.
Ik wist het niet eens maar er zat altijd een basisspanning in me, altijd iets dat op hoog niveau trilde en resoneerde. Toen ik in de TBS werkte werd ik me er wel bewuster van. Tijdens het werk moesten we altijd alert zijn, altijd alles weten wat er rondom ons gebeurde, van elke patiënt en collega weten waar ze waren, wat ze deden en of het goed met ze ging of dat er een onderhuidse spanning voelbaar was.
Op een dag moest ik de vroege dienst doen in het weekend. Dan zijn de celdeuren dicht en blijven dat tot de dagdienst er is, dus dan heb je een uurtje geen patiënten op de afdeling en kun je wat achterstallig bureauwerk doen. Maar ja, ik was moe, echt moe en ik dacht: ik ga effies op de bank zitten. Toen ik wakker werd was ik aan het hardlopen, de pieper was afgegaan en ik was onderweg naar de verzamelplek waar we heen moesten als het alarm afging. Vol-automatisch, in mijn slaap gestoord door het alarm, deed ik wat ik moest doen. Altijd alles weten, voelen en altijd direct paraat om te reageren. Ogen in ons achterhoofd, oren op steeltjes noemden we het.
Alles weten is veiligheid.

Die spanning, het altijd alles willen weten en de neiging om te zorgen dat ik altijd direct kon reageren, heb ik opgeslagen in mijn lijf. Dat wist ik niet hoor, ik dacht gewoon dat ik nergens last van had. En toen lag ik op de behandeltafel en zei mijn therapeut: jij mag ontspannen en alles loslaten, ik til je been op en jij hoeft niks te doen. Dat deed ik. Hij tilde mijn been op, ik liet het gewoon gebeuren en deed niks. Dacht ik. Toen hij zijn hand weghaalde bleef mijn been gewoon omhoog staan! En echt, ik kon erop zweren dat ik niks deed, dat ik helemaal ontspannen was. Mijn therapeut zei dat ik echt mocht ontspannen maar dat er blijkbaar nog wat werk voor nodig was. En ik zei tegen hem dat het logisch was, hij moest er voor zorgen dat ik me veilig voelde. Het gesprek weet ik niet precies meer, maar de conclusie was dat de enige die kan zorgen dat ik me veilig voel, ikzelf ben. Veilig voelen is een gevoel, een emotie. Veilig zijn, dat kan afhangen van iemand anders, maar veilig voelen is echt alleen mijn zaak. Ik heb het daar heel moeilijk mee gehad. Hoe kan ik me nou veilig voelen als de ander daar niks voor doet? Hoe krijg ik het voor elkaar om dat echt te voelen? Het is een heel proces geweest, met leren dat ik me kan verdedigen en verzetten en zorgen dat ik onveilige situaties beter en eerder waarneem (en er dan naar handelen!). Ik ben zelfverzekerder geworden, weet dat ik niet hoef te doen wat anderen van me willen, dat ik Nee mag en kan zeggen, met leren dat er veel mensen geen nare bedoelingen hebben. Dat hele proces heeft wel even geduurd (understatement), maar ik weet nu al jarenlang dat ik in principe veilig ben. Ik heb fijne mensen om me heen die me helpen als ik dat nodig heb, mijn dader van vroeger is dood, de pesters van mijn schooltijd zie ik niet en als ik ze zie doet het me niks meer (bovendien kan ik ze wel aan nu, geloof ik :)). En ik heb mezelf. Ik vertrouw mezelf, ik voel me veilig bij wie ik ben.

De afgelopen maanden zijn moeilijk voor me geweest, en het is nog steeds een moeilijke tijd voor me. Mijn tante en ouders worden in rap tempo ouder en ze veranderen gigantisch snel in oude mensen. Mijn tante is onder observatie wegens dementie en kan niet meer voor zichzelf zorgen, mijn ouders weigeren elke hulp die hen aangeboden wordt maar redden het amper zonder die hulp. Het is tragisch en hartverscheurend om het mee te maken, van alles te willen doen voor ze en te weten dat het niet uit maakt, dat ik weinig meer kan doen dan dat ik doe. Verder is mijn relatie afgelopen. Mijn lief en ik zijn uit elkaar. Naast het verdriet hierover betekende het dat mijn toekomstdromen (samen naar Frankrijk, een huis opknappen en heerlijk leven) overhoop kwamen te liggen. Bovendien moest ik op zoek naar een huis. Dat valt niet mee, ook omdat ik nou niet bepaald rijk ben. Iemand schreef me dat deze situatie wel zeker van invloed zou zijn op mijn gevoel van veiligheid en veilig zijn. Ik heb daar veel over nagedacht en gevoeld. De hele situatie maakt me verdrietig, soms opstandig en regelmatig boos. Het maakt ook dat ik merk dat ik in rap tempo dingen leer: verdriet mag er zijn, ik mag huilen en ik mag boos zijn en af en toe de bende bij elkaar schreeuwen terwijl ik doe of ik meezing met de muziek, verzet tegen ouder worden helpt niet,
ik ben niet bang voor de toekomst, ik word niet onzeker van het single zijn, ik geef mezelf (voor het eerst!) niet de schuld van het niet slagen van de relatie (maar heb het ook niet nodig de ander de schuld te geven) en ik kan zelf kiezen hoe ik in deze situatie sta.
Ik kies ervoor om te proberen mijn familie zo goed mogelijk te steunen maar binnen mijn grenzen. 
Ik kies ervoor om mijn boosheid (machteloosheid is misschien een beter woord) te voelen.
Ik kies ervoor om mijn verdriet te voelen maar er niet wanhopig door te worden.
Ik kies ervoor om positief naar de toekomst te kijken.
Ik kies er ook voor om iets heel belangrijks te voelen, namelijk dat ik veel mensen om me heen heb die me steunen en
er voor me zijn als ik ze nodig heb.
Ik heb de laatste weken zoveel liefde mogen voelen dat het me heel blij maakt. Maar het belangrijkste: ik voel me veilig. Ik voel me veilig bij mezelf, waar ik ook ben, hoe het ook verder gaat, ik voel me veilig in de wereld. Het is een prachtig geschenk om dit te mogen voelen.

Vorig stukje
Volgend stukje