Een van de dingen waar we op het forum veel over gechat hebben was of de therapeut het wel zou kunnen volhouden met ons. Of hij/zij ons niet zou wegsturen, zat van het verdriet, het gehuil, de stiltes, de stilstand en de groeischeuten die altijd komen op het moment dat therapeut(e) geen tijd heeft.
Mijn therapeut was geen reguliere therapeut, hij is craniosacraaltherapeut en had weinig ervaring in het begeleiden van langdurige traumaverwerkingstrajecten. Vaak waren we samen op ontdekkingsreis door het land van visualisatie, triggers, lichaamsherinneringen en omgaan met depressie, dissociatie en conversie.
Maar hij was natuurlijk bij uitstek iemand die me zomaar in de steek zou kunnen laten, als hij het niet meer verder wist, of er genoeg van zou krijgen, als ik hem zou vervelen, als het niet snel genoeg zou gaan, of als hij dacht dat hij het niet aan kon. Hij zou me ook in de steek laten (was mijn overtuiging) als hij zou weten wat er allemaal met me gedaan was, hoe vies ik was, dat ik zelf schuld had er aan, als hij zou weten dat ik had genoten van de aandacht die ik kreeg. En hij zou me zeker in de steek laten als hij zou weten hoezeer ik me aan hem gehecht had, hoe afhankelijk ik was, als hij zou weten dat ik gigantisch tegen zijn vakanties op zag, als hij wist dat ik niet zonder hem kon. Het was ook een terugkerend onderwerp, dat ik me niet moest hechten en niet afhankelijk moest worden van hem (want dat leren ze op de opleidingen, als jouw client afhankelijk van je wordt dan heb je wat fout gedaan en kom je in de overdracht en tegenoverdracht). Ik was dus best bang dat hij het zou merken.
En daarom deed ik wat ik altijd gedaan had: vooral niet laten merken hoeveel hij voor me betekende, hoe slecht ik hem zou kunnen missen. Want: ik ben groot en zelfstandig en slim en handig en ik weet veel en ik heb kracht en sta midden in het leven en red me prima. Emotionele gehechtheid was nog erger dan de praktische afhankelijkheid. Ik bedoel maar, het is niet heel erg dat ik als vrouw geen gaten in de muren kan boren, dat is nog wel acceptabel. Maar dat ik, als werkende vrouw met dikke loonstrook, emotioneel iemand nodig heb, dat wordt nog vaak als negatief gezien en ik zorgde er toen dan ook voor dat zo weinig mogelijk mensen dat zagen. En dat deed ik dus in bijna alle relaties. Soms kon ik het niet tegenhouden, dan liep ik over en dan konden mensen dat zien, maar het was zelden dat ik mensen meer dan een enkele blik gunde in mijn eenzaamheid en angst.

Ik heb heel vroeg geleerd dat afhankelijkheid en kwetsbaarheid benut worden. Er waren altijd wel mensen die het nodig vonden om in mijn getoonde kwetsbaarheid te wroeten. En ik kan je verzekeren dat dat zeer doet. Soms lukte het los te laten voor een tijdje, dan liet ik de angst om afgewezen te worden achter me.
Tijdens het hele verwerkingsproces is dit allemaal naar boven gekomen en heel rustig aan werd ik me er van bewust dat het veranderde, ik werd minder bang om in de steek gelaten te worden. Ik ging het veranderen van relaties en het beëindigen ervan als een normaal verschijnsel ging zien en voelen. Ik leerde dat het einde van een relatie (of dat nou een vriendschapsrelatie is, een werkrelatie of een liefdesrelatie) lang niet altijd aan mij ligt en zeker niet omdat ik niet lief genoeg ben, niet slim genoeg, niet leuk genoeg. En dat is tamelijk nieuw. Ik leerde dat ik mijn kwetsbaarheid best kan laten zien, dat het niet mijn probleem is als de ander daar moeite mee heeft. Ik kan gewoon mijn schouders ophalen en verder gaan waarmee ik bezig wil zijn. Ik ben bijna nooit meer bang om in de steek gelaten te worden, ik kan het bespreken en ik weet dat ik er mee uit de voeten kan als het wel gebeurt. Ik weet dat zelfs al voel ik me een tijd verdrietig, alleen en doet het soms mega zeer, het uiteindelijk over gaat, dat ik mezelf hervind, leuke dingen ga doen en mijn kracht hervind.
Natuurlijk zijn er dingen die me heel erg raken en dat kan echt van alles zijn. Ik weet dat ik de tijd mag nemen, verdrietig mag zijn en het mag voelen. Maar de zelfverwijten die doorvraten in mijn ziel, de wanhoop en minachting voor wie ik ben, dat is verleden tijd.

Vorig stukje
Volgend stukje