Stil liggen, niet ademen, gewoon afwachten tot het over is. Zie daar, mijn tactiek van vroeger in een notendop. Als mijn dader me dwong dingen te ondergaan, of te doen, deed ik wat veel dieren ook doen, ik deed of ik er niet was. Ik lag heel stil, ademde niet en ging van een afstandje staan toekijken. Dissociëren dus. Dieren doen dat ook, kijk maar eens naar Ice Age, daar heb je de opossums, die dit tot een ware kunst verheven hebben. Kinderen doen het ook tijdens misbruik en dat is vaak ook het verstandigste dat ze kunnen doen.
Maar het is verschrikkelijk te moeten wachten tot het voorbij is. Het is verschrikkelijk dat je dit heel je leven bij je houdt, als eerste reactie op angst, pijn en verdriet en wanhoop. In therapie leerde ik dat het niet meer werkt. Het is bovendien een gevaarlijke reactie als het niet echt meer nodig is.

Mijn therapeut triggerde me door me op bepaalde manieren vast te houden (ja, natuurlijk in overleg, maar je kunt overleggen wat je wilt, een trigger maakt dat je doet wat je altijd deed). En daar lag ik. Doodstil af te wachten tot het voorbij zou zijn. Het ging niet voorbij, mijn therapeut hield vol. Hij moedigde me aan om actie te ondernemen. Ik gaf niet eens antwoord. Hij zorgde dat ik hem zag, maar ik reageerde niet. Tja, daar lag ik dan. En mijn therapeut ging er bij zitten en hield me nog steeds vast. Hij vertelde dat hij zich aan de afspraak zou houden, om te wachten tot ik zelf wat ging ondernemen. Ik baalde natuurlijk als een stekker, mijn lijf deed niks, wilde niks.
Ademen moest ik wel want het duurde lang. Op een gegeven moment drong het tot me door wat hij zei, hij ging zich aan zijn woord houden. Hij zou me vasthouden tot ik me ging verzetten. Hij hield zich altijd aan zijn woord. Dat stelde me vreemd genoeg gerust. Maar ik dacht toch ook dat hij het wel zou opgeven. Nee dus. Ik dacht: hij moet zo wel naar huis. Maar hij vertelde dat zijn vrouw niet snel ongerust werd.Dus ik dacht nou ja, hij moet vanzelf eens naar de WC of zo. Maar ik moest eerder naar de WC. Uiteindelijk kreeg ik mijn lijf in beweging omdat ik wist dat hij zich aan zijn woord hield. Ik begon me te verzetten. Hij liet me los.

Het lijkt misschien onbelangrijk, maar voor mij was het een gigantische ontdekking, dat verzet niet werd afgestraft, dat verzet kon helpen om weg te komen, dat verzet me de regie kon teruggeven. Tegenwoordig gaat het me best goed af, kan ik sneller weer reageren en ben ik er op bedacht niet te verstarren als ik schrik. Maar de neiging blijft, zeker bij heftig verdriet, dan wil ik wegkruipen, liefst onder mijn dekens, opgekruld liggen wachten tot het voorbij is. Tot ik weer kan ademen, tot ik verder kan gaan met leven. Maar ik weet dat het niet helpt, dat de dingen die ik onder ogen moet zien niet weggaan en dat ik gewoon mag huilen, me mag verzetten en het verdriet mag voelen.

Vorig stukje
Volgend stukje